BWBR0046631
Geldig vanaf 2022-06-01
Artikel 77
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld en naar een andere locatie wordt getransporteerd, waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, en:
a. de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0 en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40; of
1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40; of
b. de warmte niet wordt opgewaardeerd en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40.
1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40.
2. De levering van stoom wordt uitgesloten van subsidie.
a. de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0 en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40; of
1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40; of
b. de warmte niet wordt opgewaardeerd en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40.
1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40.
2. De levering van stoom wordt uitgesloten van subsidie.