BWBR0046631
Geldig vanaf 2022-06-01
Artikel 75
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van:
a. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt;
b. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt;
c. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 12,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of
d. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 12,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt.
2. De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude.
3. De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, bedraagt ten hoogste 4.000 productie-uren per jaar.
a. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt;
b. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt;
c. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 12,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of
d. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 12,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt.
2. De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude.
3. De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, bedraagt ten hoogste 4.000 productie-uren per jaar.