BWBR0046631
Geldig vanaf 2022-06-01
Artikel 5
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022
1. Een subsidie als bedoeld in de artikelen 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, onderdeel b, subonderdeel 2°, en onderdelen c tot en met g, 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, onderdeel b, subonderdeel 2°, en onderdelen c tot en met h, en 89, eerste lid, onderdelen a tot en met f, of een subsidie van meer dan € 400.000.000,– wordt verleend onder de volgende opschortende voorwaarden:
a. binnen twee weken na afgifte van de betreffende beschikking tot subsidieverlening is een uitvoeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger;
b. de subsidieontvanger heeft binnen vier weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven.
2. Voor het opstellen van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1opgenomen model.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998.
4. Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het eerste lid bij elkaar opgeteld de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van het besluitof het Besluit SDE, van die beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, nog niet is aangevangen.
5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van een combinatie van twee subsidies als bedoeld in de artikelen 85, tweede tot en met zevende lid, 87, tweede tot en met zevende liden 89, tweede tot en met vierde lid, waardoor in totaal meer dan € 400.000.000,– aan subsidie wordt verleend.
a. binnen twee weken na afgifte van de betreffende beschikking tot subsidieverlening is een uitvoeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger;
b. de subsidieontvanger heeft binnen vier weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven.
2. Voor het opstellen van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1opgenomen model.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998.
4. Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het eerste lid bij elkaar opgeteld de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van het besluitof het Besluit SDE, van die beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, nog niet is aangevangen.
5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van een combinatie van twee subsidies als bedoeld in de artikelen 85, tweede tot en met zevende lid, 87, tweede tot en met zevende liden 89, tweede tot en met vierde lid, waardoor in totaal meer dan € 400.000.000,– aan subsidie wordt verleend.