BWBR0046593
Geldig vanaf 2022-04-27
Artikel 13
Regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden
1. De gemeente legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig is besteed aan het project waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.
3. De gemeente rapporteert jaarlijks op 1 maart over het voorafgaande jaar aan de minister. De rapportage bevat in ieder geval:
a. een schriftelijk verslag omtrent de uitvoering van het project met inbegrip van een vergelijking van de daadwerkelijke uitvoering met de beschrijving van het project in het projectplan, zowel in materiële als financiële zin;
b. een overzicht van de activiteiten en doelen voor het eerstvolgende jaar inclusief een beschrijving van de inhoudelijke en financiële risico’s voor de verdere uitvoering van het project.
c. een beschrijving van de wijze waarop de gemeente zorg draagt voor monitoring van het project conform het projectplan. De gemeente maakt hiertoe afspraken met de overige partijen in het samenwerkingsverband zodat uniforme, cumulatieve informatie wordt verzameld en gerapporteerd over het programmaverloop.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig is besteed aan het project waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.
3. De gemeente rapporteert jaarlijks op 1 maart over het voorafgaande jaar aan de minister. De rapportage bevat in ieder geval:
a. een schriftelijk verslag omtrent de uitvoering van het project met inbegrip van een vergelijking van de daadwerkelijke uitvoering met de beschrijving van het project in het projectplan, zowel in materiële als financiële zin;
b. een overzicht van de activiteiten en doelen voor het eerstvolgende jaar inclusief een beschrijving van de inhoudelijke en financiële risico’s voor de verdere uitvoering van het project.
c. een beschrijving van de wijze waarop de gemeente zorg draagt voor monitoring van het project conform het projectplan. De gemeente maakt hiertoe afspraken met de overige partijen in het samenwerkingsverband zodat uniforme, cumulatieve informatie wordt verzameld en gerapporteerd over het programmaverloop.