BWBR0046593
Geldig vanaf 2022-04-27
Artikel 10
Regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden
1. De minister kent een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
a. de bijdrage aan de doelstelling van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, hoger is blijkend uit de verbetering van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde in het projectgebied;
b. het bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak van het projectplan hoger is;
c. de kosteneffectiviteit van het projectplan hoger is;
d. de kans op doorgang van het project hoger is, de haalbaarheid van de fasering beter is en het financieringsrisico kleiner is.
2. Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 10 punten.
3. Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdeel a, vermenigvuldigd met 4, en voor het eerste lid, onderdelen b tot en met d, vermenigvuldigd met 2, en vervolgens opgeteld.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
5. Indien aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, rangschikt de minister een aanvraag hoger naarmate meer punten zijn toegekend aan respectievelijk onderdeel a, b, c, en d, van het eerste lid.
a. de bijdrage aan de doelstelling van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, hoger is blijkend uit de verbetering van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde in het projectgebied;
b. het bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak van het projectplan hoger is;
c. de kosteneffectiviteit van het projectplan hoger is;
d. de kans op doorgang van het project hoger is, de haalbaarheid van de fasering beter is en het financieringsrisico kleiner is.
2. Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 10 punten.
3. Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdeel a, vermenigvuldigd met 4, en voor het eerste lid, onderdelen b tot en met d, vermenigvuldigd met 2, en vervolgens opgeteld.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
5. Indien aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, rangschikt de minister een aanvraag hoger naarmate meer punten zijn toegekend aan respectievelijk onderdeel a, b, c, en d, van het eerste lid.