BWBR0046578
Geldig vanaf 22-04-2022
Artikel 3
Reglement adviescommissie veelbelovende zorg 2022
1. De commissie bestaat uit negen tot ten hoogste twaalf leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het Bestuur van ZonMw en de Raad van Bestuur van het Zorginstituut gezamenlijk.
2. De leden van de commissie worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor een goede vervulling van de in artikel 2 bedoelde taak, alsmede op grond van hun brede maatschappelijke kennis en ervaring. Daarbij geldt:
a. De voorzitter heeft veelzijdige bestuurlijke ervaring, is wetenschappelijk onderlegd, besluitvaardig, onafhankelijk en onpartijdig;
b. Ten minste twee leden zijn deskundig op een voor het werk van de commissie relevant terrein van wetenschapsbeoefening;
c. Ten minste twee leden zijn deskundig met betrekking tot de adviestaak als bedoeld in artikel 66 van de Zorgverzekeringswet;
d. Ten minste twee leden zijn medisch beroepsbeoefenaar in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
e. Ten minste één lid is afkomstig uit de kring van patiëntenorganisaties;
f. Ten minste één lid is afkomstig uit de kring van zorgverzekeraars.
3. Indien de voorzitter afwezig is kan hij worden vervangen door een plaatsvervangend voorzitter. De leden kiezen uit hun midden voor die gelegenheid een plaatsvervangend voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter mag geen persoonlijk belang hebben bij een projectidee, een uitgewerkte aanvraag of een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag uit die beoordelingsronde.
4. De leden worden benoemd voor ten hoogste vijf jaar. Herbenoeming kan eenmaal en voor ten hoogste vijf jaar plaatsvinden.
5. Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door ZonMw en het Zorginstituut gezamenlijk.
6. De leden maken op persoonlijke titel deel uit van de commissie. Zij oefenen hun taken uit zonder last of ruggespraak.
7. Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur van ZonMw of de Raad van Bestuur van het Zorginstituut. Ook medewerkers van ZonMw of het Zorginstituut kunnen geen lid zijn van de commissie.
8. Aan de voorzitter en aan de leden van de commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter bedraagt 2,5/43,33 en voor de leden bedraagt de arbeidsduurfactor 2/43,33.
De vaste vergoeding voor de voorzitter van de commissie wordt vastgesteld naar evenredigheid van de arbeidsduurfactor, op basis van het maximum van salarisschaal 18 van de CAO Rijk. De vaste vergoeding voor een lid van de commissie wordt vastgesteld naar evenredigheid van de arbeidsduurfactor, op basis van het maximum van salarisschaal 17 van de CAO Rijk. De vergoeding voor de plaatsvervangend voorzitter is overeenkomstig de vergoeding voor een lid van de commissie.
9. De leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten op de voet van de regeling voor het personeel werkzaam bij de sector Rijk, waarbij er vanuit wordt gegaan dat een kilometervergoeding van € 0,37 wordt toegepast voor gemaakte reiskosten dan wel een vergoeding van kosten openbaar vervoer op basis van eerste klasse.
2. De leden van de commissie worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor een goede vervulling van de in artikel 2 bedoelde taak, alsmede op grond van hun brede maatschappelijke kennis en ervaring. Daarbij geldt:
a. De voorzitter heeft veelzijdige bestuurlijke ervaring, is wetenschappelijk onderlegd, besluitvaardig, onafhankelijk en onpartijdig;
b. Ten minste twee leden zijn deskundig op een voor het werk van de commissie relevant terrein van wetenschapsbeoefening;
c. Ten minste twee leden zijn deskundig met betrekking tot de adviestaak als bedoeld in artikel 66 van de Zorgverzekeringswet;
d. Ten minste twee leden zijn medisch beroepsbeoefenaar in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
e. Ten minste één lid is afkomstig uit de kring van patiëntenorganisaties;
f. Ten minste één lid is afkomstig uit de kring van zorgverzekeraars.
3. Indien de voorzitter afwezig is kan hij worden vervangen door een plaatsvervangend voorzitter. De leden kiezen uit hun midden voor die gelegenheid een plaatsvervangend voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter mag geen persoonlijk belang hebben bij een projectidee, een uitgewerkte aanvraag of een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag uit die beoordelingsronde.
4. De leden worden benoemd voor ten hoogste vijf jaar. Herbenoeming kan eenmaal en voor ten hoogste vijf jaar plaatsvinden.
5. Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door ZonMw en het Zorginstituut gezamenlijk.
6. De leden maken op persoonlijke titel deel uit van de commissie. Zij oefenen hun taken uit zonder last of ruggespraak.
7. Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur van ZonMw of de Raad van Bestuur van het Zorginstituut. Ook medewerkers van ZonMw of het Zorginstituut kunnen geen lid zijn van de commissie.
8. Aan de voorzitter en aan de leden van de commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter bedraagt 2,5/43,33 en voor de leden bedraagt de arbeidsduurfactor 2/43,33.
De vaste vergoeding voor de voorzitter van de commissie wordt vastgesteld naar evenredigheid van de arbeidsduurfactor, op basis van het maximum van salarisschaal 18 van de CAO Rijk. De vaste vergoeding voor een lid van de commissie wordt vastgesteld naar evenredigheid van de arbeidsduurfactor, op basis van het maximum van salarisschaal 17 van de CAO Rijk. De vergoeding voor de plaatsvervangend voorzitter is overeenkomstig de vergoeding voor een lid van de commissie.
9. De leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten op de voet van de regeling voor het personeel werkzaam bij de sector Rijk, waarbij er vanuit wordt gegaan dat een kilometervergoeding van € 0,37 wordt toegepast voor gemaakte reiskosten dan wel een vergoeding van kosten openbaar vervoer op basis van eerste klasse.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046578
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl