BWBR0046578
Geldig vanaf 03-05-2023
Artikel 6
Reglement adviescommissie veelbelovende zorg 2022
1. De commissie verricht haar taak onpartijdig en zonder vooringenomenheid.
2. Alle leden en plaatsvervangende leden vullen jaarlijks een belangenverklaring in die gepubliceerd wordt op de website van het Zorginstituut. Wijzigingen worden tussentijds gemeld aan de voorzitter.
3. De in het tweede lid bedoelde belangenverklaring ziet op hoofd- en nevenfuncties, persoonlijke financiële belangen, persoonlijke relaties, extern gefinancierd onderzoek, intellectuele belangen en reputatie.
4. Uitgesloten van advisering en beraadslaging in een bepaalde ronde zijn in ieder geval leden en plaatsvervangende leden die:
a. betrokken zijn geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag;
b. (beoogd) projectleider of deelprojectleider zijn;
c. direct leidinggevende zijn van een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag;
d. bloed- of aanverwantschap tot en met de derde graad hebben met een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag;
e. het hebben gesloten van een (notarieel) samenlevingscontract met een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag.
5. Voorafgaand aan een ronde ontvangen de leden en de plaatsvervangende leden een overzicht van ingediende projectideeën, aanvragen en personen die betrokken zijn geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag.
6. Indien een lid of plaatsvervangend lid een persoonlijk belang heeft bij een projectidee, een uitgewerkte aanvraag, of een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag, meldt hij dit onmiddellijk bij de voorzitter en de secretaris.
7. Indien het lid een persoonlijke belang heeft dat niet is uitgesloten op grond van artikel 6, vierde lid, maakt het lid een expliciete afweging over de vraag of en onder welke voorwaarden deelgenomen kan worden aan activiteiten binnen de betreffende ronde. Indien het lid beslist tot deelname neemt hij een schriftelijke en gemotiveerde beslissing over zijn omgang met persoonlijke belangen.
De voorzitter en secretaris bespreken de persoonlijke belangen en de voorgenomen beheersmaatregelen van de individuele leden. Indien zij tot de conclusie komen dat de voorgenomen beheersmaatregelen mogelijk niet afdoende zijn om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen, neemt de voorzitter contact op met het betreffende lid. Indien noodzakelijk geacht, leidt dat tot een aanscherping van de voorgenomen beheersmaatregelen.
Indien het lid afziet van deelname aan een bepaalde ronde, bespreekt hij de reden met de voorzitter en deelt deze schriftelijk mee aan de overige leden. Indien het lid besluit zijn lidmaatschap van de commissie te beëindigen, behoeft hij de redenen die aan die beslissing ten grondslag hebben gelegen niet uiteen te zetten.
8. De voorzitter meldt een persoonlijk belang bij een projectidee, een uitgewerkte aanvraag of een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag onmiddellijk bij de voorzitter van de Raad van Bestuur van het Zorginstituut, de voorzitter van het bestuur van ZonMw en de secretaris. Aan de hand van deze melding, de agenda en de verklaring, bedoeld in artikel 6, tweede lid, besluit de voorzitter van de Raad van Bestuur van het Zorginstituut voorafgaand aan de vergadering dat de voorzitter voor die beoordelingsronde of voor het deel waar het belang op ziet vervangen wordt door de plaatsvervangend voorzitter.
2. Alle leden en plaatsvervangende leden vullen jaarlijks een belangenverklaring in die gepubliceerd wordt op de website van het Zorginstituut. Wijzigingen worden tussentijds gemeld aan de voorzitter.
3. De in het tweede lid bedoelde belangenverklaring ziet op hoofd- en nevenfuncties, persoonlijke financiële belangen, persoonlijke relaties, extern gefinancierd onderzoek, intellectuele belangen en reputatie.
4. Uitgesloten van advisering en beraadslaging in een bepaalde ronde zijn in ieder geval leden en plaatsvervangende leden die:
a. betrokken zijn geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag;
b. (beoogd) projectleider of deelprojectleider zijn;
c. direct leidinggevende zijn van een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag;
d. bloed- of aanverwantschap tot en met de derde graad hebben met een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag;
e. het hebben gesloten van een (notarieel) samenlevingscontract met een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag.
5. Voorafgaand aan een ronde ontvangen de leden en de plaatsvervangende leden een overzicht van ingediende projectideeën, aanvragen en personen die betrokken zijn geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag.
6. Indien een lid of plaatsvervangend lid een persoonlijk belang heeft bij een projectidee, een uitgewerkte aanvraag, of een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag, meldt hij dit onmiddellijk bij de voorzitter en de secretaris.
7. Indien het lid een persoonlijke belang heeft dat niet is uitgesloten op grond van artikel 6, vierde lid, maakt het lid een expliciete afweging over de vraag of en onder welke voorwaarden deelgenomen kan worden aan activiteiten binnen de betreffende ronde. Indien het lid beslist tot deelname neemt hij een schriftelijke en gemotiveerde beslissing over zijn omgang met persoonlijke belangen.
De voorzitter en secretaris bespreken de persoonlijke belangen en de voorgenomen beheersmaatregelen van de individuele leden. Indien zij tot de conclusie komen dat de voorgenomen beheersmaatregelen mogelijk niet afdoende zijn om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen, neemt de voorzitter contact op met het betreffende lid. Indien noodzakelijk geacht, leidt dat tot een aanscherping van de voorgenomen beheersmaatregelen.
Indien het lid afziet van deelname aan een bepaalde ronde, bespreekt hij de reden met de voorzitter en deelt deze schriftelijk mee aan de overige leden. Indien het lid besluit zijn lidmaatschap van de commissie te beëindigen, behoeft hij de redenen die aan die beslissing ten grondslag hebben gelegen niet uiteen te zetten.
8. De voorzitter meldt een persoonlijk belang bij een projectidee, een uitgewerkte aanvraag of een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een projectidee of uitgewerkte aanvraag onmiddellijk bij de voorzitter van de Raad van Bestuur van het Zorginstituut, de voorzitter van het bestuur van ZonMw en de secretaris. Aan de hand van deze melding, de agenda en de verklaring, bedoeld in artikel 6, tweede lid, besluit de voorzitter van de Raad van Bestuur van het Zorginstituut voorafgaand aan de vergadering dat de voorzitter voor die beoordelingsronde of voor het deel waar het belang op ziet vervangen wordt door de plaatsvervangend voorzitter.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046578
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl