BWBR0046567
Geldig vanaf 2022-07-01
Artikel 3
Besluit betrouwbaarheid en geschiktheid toezichthouders en bestuurders collectieve beheersorganisaties
1. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon staat buiten twijfel zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. De grote collectieve beheersorganisatie meldt het College van Toezicht onverwijld feiten of omstandigheden die een redelijke aanleiding kunnen geven tot een nieuwe beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon.
2. Het College van Toezicht stelt de grote collectieve organisatie in kennis indien het overgaat tot een nieuwe beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon. Het College van Toezicht stelt vervolgens binnen vier weken vast of de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon buiten twijfel staat. Deze termijn kan, onder bijzondere omstandigheden en onder schriftelijke kennisgeving daarvan aan de grote collectieve beheersorganisatie, eenmalig met een door het College van Toezicht te bepalen termijn van ten hoogste vier weken worden verlengd.
3. Op verzoek van het College van Toezicht overlegt de grote collectieve beheersorganisatie aan het College van Toezicht opnieuw de informatie, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdelen e en f.
2. Het College van Toezicht stelt de grote collectieve organisatie in kennis indien het overgaat tot een nieuwe beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon. Het College van Toezicht stelt vervolgens binnen vier weken vast of de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon buiten twijfel staat. Deze termijn kan, onder bijzondere omstandigheden en onder schriftelijke kennisgeving daarvan aan de grote collectieve beheersorganisatie, eenmalig met een door het College van Toezicht te bepalen termijn van ten hoogste vier weken worden verlengd.
3. Op verzoek van het College van Toezicht overlegt de grote collectieve beheersorganisatie aan het College van Toezicht opnieuw de informatie, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdelen e en f.