BWBR0046567
Geldig vanaf 2022-07-01
Artikel 2
Besluit betrouwbaarheid en geschiktheid toezichthouders en bestuurders collectieve beheersorganisaties
1. De grote collectieve beheersorganisatie meldt het College van Toezicht een voorgenomen benoeming of herbenoeming van een persoon, voorafgaand aan die benoeming of herbenoeming.
2. De grote collectieve beheersorganisatie overlegt aan het College van Toezicht bij de melding, bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan de benoeming van een persoon, in ieder geval de volgende informatie:
a. het curriculum vitae van die persoon;
b. het gebruikte functieprofiel;
c. een beschrijving van de bij de werving van die persoon gevolgde selectieprocedure;
d. de motivering ten aanzien van de voorgenomen benoeming, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de competenties en antecedenten van de persoon en, in geval van een benoeming in een orgaan waarvan meerdere natuurlijke personen deel uitmaken, op zijn geschiktheid, met inachtneming van de samenstelling van dat orgaan en de daarbinnen aanwezige kennis en ervaring en onder gebruikmaking van de door het College van Toezicht beschikbaar gestelde geschiktheidsmatrix;
e. het door het College van Toezicht beschikbaar gestelde en door de persoon ingevuld formulier betrouwbaarheidsonderzoek;
f. de door de persoon verkregen verklaring omtrent zijn gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, en
g. drie referenties.
3. De grote collectieve beheersorganisatie overlegt aan het College van Toezicht bij de melding, bedoeld in het eerste lid, in geval van een voorgenomen herbenoeming van een persoon, de informatie, genoemd in het tweede lid, onderdelen a, b, d, e en f.
4. Nadat de bij de melding behorende informatie door de grote collectieve beheersorganisatie is overgelegd, kan het College van Toezicht binnen vier weken vaststellen of de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon buiten twijfel staat. Deze termijn kan, onder bijzondere omstandigheden en onder schriftelijke kennisgeving daarvan aan de grote collectieve beheersorganisatie, eenmalig met een door het College van Toezicht te bepalen termijn van ten hoogste vier weken worden verlengd.
5. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon staat buiten twijfel wanneer dat door het College van Toezicht is vastgesteld. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt geacht buiten twijfel te staan indien het College van Toezicht niet overgaat tot een beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van de persoon of na afloop van de termijnen, genoemd in het vierde lid.
6. Indien de grote collectieve beheersorganisatie verzuimt de bij de melding behorende informatie over te leggen, kan het College van Toezicht besluiten niet over te gaan tot een beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt in dat geval geacht niet buiten twijfel te staan.
2. De grote collectieve beheersorganisatie overlegt aan het College van Toezicht bij de melding, bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan de benoeming van een persoon, in ieder geval de volgende informatie:
a. het curriculum vitae van die persoon;
b. het gebruikte functieprofiel;
c. een beschrijving van de bij de werving van die persoon gevolgde selectieprocedure;
d. de motivering ten aanzien van de voorgenomen benoeming, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de competenties en antecedenten van de persoon en, in geval van een benoeming in een orgaan waarvan meerdere natuurlijke personen deel uitmaken, op zijn geschiktheid, met inachtneming van de samenstelling van dat orgaan en de daarbinnen aanwezige kennis en ervaring en onder gebruikmaking van de door het College van Toezicht beschikbaar gestelde geschiktheidsmatrix;
e. het door het College van Toezicht beschikbaar gestelde en door de persoon ingevuld formulier betrouwbaarheidsonderzoek;
f. de door de persoon verkregen verklaring omtrent zijn gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, en
g. drie referenties.
3. De grote collectieve beheersorganisatie overlegt aan het College van Toezicht bij de melding, bedoeld in het eerste lid, in geval van een voorgenomen herbenoeming van een persoon, de informatie, genoemd in het tweede lid, onderdelen a, b, d, e en f.
4. Nadat de bij de melding behorende informatie door de grote collectieve beheersorganisatie is overgelegd, kan het College van Toezicht binnen vier weken vaststellen of de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon buiten twijfel staat. Deze termijn kan, onder bijzondere omstandigheden en onder schriftelijke kennisgeving daarvan aan de grote collectieve beheersorganisatie, eenmalig met een door het College van Toezicht te bepalen termijn van ten hoogste vier weken worden verlengd.
5. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon staat buiten twijfel wanneer dat door het College van Toezicht is vastgesteld. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt geacht buiten twijfel te staan indien het College van Toezicht niet overgaat tot een beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van de persoon of na afloop van de termijnen, genoemd in het vierde lid.
6. Indien de grote collectieve beheersorganisatie verzuimt de bij de melding behorende informatie over te leggen, kan het College van Toezicht besluiten niet over te gaan tot een beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt in dat geval geacht niet buiten twijfel te staan.