BWBR0046536
Geldig vanaf 2022-04-09
Artikel 3
Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022
1. Een ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning kan alleen worden verleend voor winning die plaatsvindt dieper dan vijf meter beneden NAP:
a. in de in onderdelen A en B van de bijlage aangewezen gedeelten van het Marsdiep, de Vlie, het Friesche Zeegat en de Voordelta;
b. in de in onderdeel B van de bijlage aangewezen gedeelten van de Westerschelde en de Vlakte van de Raan, met het oog op de kustverdediging; of
c. in de overige delen van de Noordzee vanaf 3 mijl uit de kust gemeten bij het laagst mogelijke, tijdens springtij optredend laagwater tot 50 km uit de kust.
2. Voor de verlening van een ontgrondingsvergunning voor de winning van schelpen in de gebieden, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, gelden kwantitatieve beperkingen. De ten hoogste in de vergunning toegestane hoeveelheid te winnen schelpen wordt bepaald op grond van door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde maximale hoeveelheden.
3. Voor de verlening van een ontgrondingsvergunning voor de winning van schelpen in de gebieden, bedoeld in het eerste lid, onder c, geldt geen kwantitatieve beperking.
4. Een ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning wordt verleend voor ten hoogste drie jaar.
a. in de in onderdelen A en B van de bijlage aangewezen gedeelten van het Marsdiep, de Vlie, het Friesche Zeegat en de Voordelta;
b. in de in onderdeel B van de bijlage aangewezen gedeelten van de Westerschelde en de Vlakte van de Raan, met het oog op de kustverdediging; of
c. in de overige delen van de Noordzee vanaf 3 mijl uit de kust gemeten bij het laagst mogelijke, tijdens springtij optredend laagwater tot 50 km uit de kust.
2. Voor de verlening van een ontgrondingsvergunning voor de winning van schelpen in de gebieden, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, gelden kwantitatieve beperkingen. De ten hoogste in de vergunning toegestane hoeveelheid te winnen schelpen wordt bepaald op grond van door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde maximale hoeveelheden.
3. Voor de verlening van een ontgrondingsvergunning voor de winning van schelpen in de gebieden, bedoeld in het eerste lid, onder c, geldt geen kwantitatieve beperking.
4. Een ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning wordt verleend voor ten hoogste drie jaar.