BWBR0046400
Geldig vanaf 13-04-2023
Artikel 3.1
Regeling Erfgoed Maken
Naast artikel 1.1 gelden in dit hoofdstuk onderstaande begripsbepalingen.
a. Ambacht: beroepsmatige activiteit waarbij een persoon specifieke producten van begin tot eind maakt, vanuit een historische en culturele basis, waarbij het vakmanschap van die maker terug te zien is in het product.
b. Gezel: persoon met enige aantoonbare ervaring in een specifiek ambacht, die door een Meester opgeleid wil worden om zich verder te bekwamen in dat ambacht, zodat dit behouden blijft, wordt doorontwikkeld en levend gehouden.
c. Meester: zeer ervaren ambachtsbeoefenaar die een Gezel onder de hoede neemt en deze opleidt tot gevorderd ambachtsbeoefenaar, door kennis, kunde en ervaring over te dragen. Een Meester wordt door vakgenoten erkend om werkwijze en vakbekwaamheid en kan dat aantonen met een curriculum vitae en referenties van minstens vijf kalenderjaar praktijk, al dan niet aan de hand van een portfolio.
d. Meester-Gezeltraject: een informeel leertraject waarin Gezellen zich onder begeleiding van een Meester verder bekwamen in een ambacht, zodat zij dit op een eigentijdse manier zelfstandig kunnen beoefenen, voortzetten en op hun beurt doorgeven.
e. Opleidingsplan: een plan waarin Meester en Gezel hun leerdoelen vastleggen, de manier waarop zij die realiseren, en bepalen waarvoor de subsidie wordt ingezet.
f. Samenwerkingsovereenkomst: een document waarin Meester en Gezel de eigen verantwoordelijkheden beschrijven, de gang van zaken als de samenwerking onverhoopt niet wordt voortgezet, de subsidieverdeling en afspraken over materiaal en eigendom van kennis en producten.
g. Talentontwikkeling: het creëren van omstandigheden, voorwaarden en faciliteiten waarin talenten hun vaardigheden kunnen verbeteren en doorontwikkelen.
a. Ambacht: beroepsmatige activiteit waarbij een persoon specifieke producten van begin tot eind maakt, vanuit een historische en culturele basis, waarbij het vakmanschap van die maker terug te zien is in het product.
b. Gezel: persoon met enige aantoonbare ervaring in een specifiek ambacht, die door een Meester opgeleid wil worden om zich verder te bekwamen in dat ambacht, zodat dit behouden blijft, wordt doorontwikkeld en levend gehouden.
c. Meester: zeer ervaren ambachtsbeoefenaar die een Gezel onder de hoede neemt en deze opleidt tot gevorderd ambachtsbeoefenaar, door kennis, kunde en ervaring over te dragen. Een Meester wordt door vakgenoten erkend om werkwijze en vakbekwaamheid en kan dat aantonen met een curriculum vitae en referenties van minstens vijf kalenderjaar praktijk, al dan niet aan de hand van een portfolio.
d. Meester-Gezeltraject: een informeel leertraject waarin Gezellen zich onder begeleiding van een Meester verder bekwamen in een ambacht, zodat zij dit op een eigentijdse manier zelfstandig kunnen beoefenen, voortzetten en op hun beurt doorgeven.
e. Opleidingsplan: een plan waarin Meester en Gezel hun leerdoelen vastleggen, de manier waarop zij die realiseren, en bepalen waarvoor de subsidie wordt ingezet.
f. Samenwerkingsovereenkomst: een document waarin Meester en Gezel de eigen verantwoordelijkheden beschrijven, de gang van zaken als de samenwerking onverhoopt niet wordt voortgezet, de subsidieverdeling en afspraken over materiaal en eigendom van kennis en producten.
g. Talentontwikkeling: het creëren van omstandigheden, voorwaarden en faciliteiten waarin talenten hun vaardigheden kunnen verbeteren en doorontwikkelen.
- Citeren als
- Art. 3.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046400
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl