BWBR0046400
Geldig vanaf 09-03-2022
Artikel 2.1
Regeling Erfgoed Maken
1. Met de bepalingen in dit hoofdstuk stimuleert het Fonds projecten die gericht zijn op het zetten van een of meerdere ontwikkelstappen voor het bereiken van de volgende effecten:
a. effect a: meer of nieuwe groepen personen nemen actief deel aan erfgoed;
b. effect b: deelnemers aan erfgoed voelen zich door deelname onderling meer verbonden;
c. effect c: de organisatie wordt meer zelfredzaam;
d. effect d: deelnemers ontwikkelen meervoudige perspectieven op de waarde en de betekenis van erfgoed;
e. effect e: deelnemers gebruiken erfgoed als inspiratie of bronmateriaal om cultuur mee te maken;
f. effect f: deelnemers hebben zeggenschap over het interpreteren, waarderen en representeren van erfgoed waarmee zij zich verbonden voelen;
g. effect g: de activiteiten dragen bij aan een betere leefomgeving.
2. Het Fonds stimuleert projecten van verschillende omvang, te weten:
a. categorie 1: projecten zoals bedoeld in paragraaf 2, die een verkenning zijn voor een toekomstig project, of voor projecten die in elk geval effect a bereiken;
b. categorie 2: projecten zoals bedoeld in paragraaf 3, die ten minste effect a en minstens één ander effect bereiken;
c. categorie 3: projecten, zoals bedoeld in paragraaf 4, die ten minste effect a en minstens vier andere effecten bereiken.
a. effect a: meer of nieuwe groepen personen nemen actief deel aan erfgoed;
b. effect b: deelnemers aan erfgoed voelen zich door deelname onderling meer verbonden;
c. effect c: de organisatie wordt meer zelfredzaam;
d. effect d: deelnemers ontwikkelen meervoudige perspectieven op de waarde en de betekenis van erfgoed;
e. effect e: deelnemers gebruiken erfgoed als inspiratie of bronmateriaal om cultuur mee te maken;
f. effect f: deelnemers hebben zeggenschap over het interpreteren, waarderen en representeren van erfgoed waarmee zij zich verbonden voelen;
g. effect g: de activiteiten dragen bij aan een betere leefomgeving.
2. Het Fonds stimuleert projecten van verschillende omvang, te weten:
a. categorie 1: projecten zoals bedoeld in paragraaf 2, die een verkenning zijn voor een toekomstig project, of voor projecten die in elk geval effect a bereiken;
b. categorie 2: projecten zoals bedoeld in paragraaf 3, die ten minste effect a en minstens één ander effect bereiken;
c. categorie 3: projecten, zoals bedoeld in paragraaf 4, die ten minste effect a en minstens vier andere effecten bereiken.
- Citeren als
- Art. 2.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046400
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl