BWBR0046263
Geldig vanaf 14-02-2022
Artikel 7
Subsidieregeling Experiment echtscheiding
1. De aanvraag tot toekenning van de vergoeding bedoeld in artikel 4 wordt door de dienstverlener, mede namens de rechtzoekende, ingediend bij het bestuur. Een aanvraag kan worden ingediend van 1 april 2022 tot en met 25 maart 2023.
2. De aanvraag bedoeld in lid 1 bevat in ieder geval de volgende informatie:
a. voor welk basisrechtshulppakket en voor welke add-ons vergoeding wordt aangevraagd;
b. het Burgerservicenummer van de rechtzoekende aan wie bijstand wordt verleend;
c. het diagnosedocument ten aanzien van de rechtzoekende;
d. de door de Raad bevestigde match tussen de dienstverlener en de rechtzoekende;
e. of sprake is van een gezamenlijk verzoek.
3. Indien de aanvraag niet volledig is, stelt het bestuur de dienstverlener in de gelegenheid om de aanvraag binnen vier weken aan te vullen.
4. Indien naar het oordeel van de dienstverlener tussentijdse wijziging van de vergoeding dan wel de aanvraag tot vergoeding bedoeld in lid 1 noodzakelijk is, dient hij hiertoe bij het bestuur een gemotiveerde aanvullende aanvraag in. Deze aanvullende aanvraag dient te worden ingediend alvorens het bestuur de vergoeding vaststelt overeenkomstig artikel 12 van deze regeling. Ten aanzien van een aanvullende aanvraag is lid 2, onder a van overeenkomstige toepassing.
2. De aanvraag bedoeld in lid 1 bevat in ieder geval de volgende informatie:
a. voor welk basisrechtshulppakket en voor welke add-ons vergoeding wordt aangevraagd;
b. het Burgerservicenummer van de rechtzoekende aan wie bijstand wordt verleend;
c. het diagnosedocument ten aanzien van de rechtzoekende;
d. de door de Raad bevestigde match tussen de dienstverlener en de rechtzoekende;
e. of sprake is van een gezamenlijk verzoek.
3. Indien de aanvraag niet volledig is, stelt het bestuur de dienstverlener in de gelegenheid om de aanvraag binnen vier weken aan te vullen.
4. Indien naar het oordeel van de dienstverlener tussentijdse wijziging van de vergoeding dan wel de aanvraag tot vergoeding bedoeld in lid 1 noodzakelijk is, dient hij hiertoe bij het bestuur een gemotiveerde aanvullende aanvraag in. Deze aanvullende aanvraag dient te worden ingediend alvorens het bestuur de vergoeding vaststelt overeenkomstig artikel 12 van deze regeling. Ten aanzien van een aanvullende aanvraag is lid 2, onder a van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046263
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl