BWBR0046263
Geldig vanaf 14-02-2022
Artikel 12
Subsidieregeling Experiment echtscheiding
1. De dienstverlener dient uiterlijk tien weken na beëindiging van de verlening van bijstand schriftelijk dan wel digitaal een aanvraag tot vaststelling van de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden en de vergoeding voor reiskosten en reistijdverlet in bij het bestuur, door middel van het invullen van het door het bestuur ter beschikking gestelde aanvraagformulier.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat in ieder geval de volgende informatie:
a. het aanvraagformulier;
b. de urenregistratie van de dienstverlener conform het door het bestuur beschikbaar gestelde registratieformulier;
c. de uitkomst van de door het bestuur ter beschikking gestelde en door de dienstverlener ingevulde beslisboom ten behoeve van berekening van de hoogte van de vergoeding.
3. Wanneer na indiening van de aanvraag tot vaststelling blijkt dat de vergoeding voor de verleende bijstand op grond van een toevoeging onder de Wrb af zou wijken van de hoogte van de vergoeding op grond van deze regeling, verstrekt het bestuur de hoogste vergoeding aan de dienstverlener.
4. Het bestuur zal na het besluit op de aanvraag tot vaststelling zo spoedig mogelijk de vergoeding voldoen.
5. Voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken, is Hoofdstuk IV, paragraaf 1 en 2 van het Bvr van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de vergoeding.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat in ieder geval de volgende informatie:
a. het aanvraagformulier;
b. de urenregistratie van de dienstverlener conform het door het bestuur beschikbaar gestelde registratieformulier;
c. de uitkomst van de door het bestuur ter beschikking gestelde en door de dienstverlener ingevulde beslisboom ten behoeve van berekening van de hoogte van de vergoeding.
3. Wanneer na indiening van de aanvraag tot vaststelling blijkt dat de vergoeding voor de verleende bijstand op grond van een toevoeging onder de Wrb af zou wijken van de hoogte van de vergoeding op grond van deze regeling, verstrekt het bestuur de hoogste vergoeding aan de dienstverlener.
4. Het bestuur zal na het besluit op de aanvraag tot vaststelling zo spoedig mogelijk de vergoeding voldoen.
5. Voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken, is Hoofdstuk IV, paragraaf 1 en 2 van het Bvr van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de vergoeding.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046263
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl