BWBR0046190
Geldig vanaf 13-01-2022
Artikel 13
Beleidsregel Controles en Herbeoordelingen (RvA-BR005)
Voor certificatie- en verificatie-instellingen gelden voor de reguliere beoordelingen de volgende regels:
1. Dossiers, gerelateerd aan de verschillende clusters van certificatie- en verificatieschema’s, worden in de accreditatiecyclus minimaal eenmaal inhoudelijk beoordeeld, voor alle in de scope genoemde locaties, voor zover een schema voor een locatie relevant is.
2. Het beoordelen van de uitvoering van activiteiten tijdens de uitvoering van de activiteiten (zoals het bijwonen van audits, inspecties, testen, verificaties of examens) vindt plaats volgens het voor de accreditatiecyclus opgestelde beoordelingsprogramma. Het uitgangspunt is dat voor iedere locatie op de scope de daar uitgevoerde clusters van schema’s eenmaal in de accreditatiecyclus in de praktijk worden beoordeeld.
3. Het beoordelen van de uitvoering van activiteiten tijdens de uitvoering van de activiteiten, zoals bedoeld in het vorige lid, zal niet altijd gecombineerd worden met een reguliere beoordeling. Aparte tussentijdse beoordelingen, die uitsluitend bestaan uit het beoordelen van de uitvoering, kunnen onderdeel zijn van het beoordelingsprogramma voor de cyclus.
4. Voor certificatie van managementsystemen, producten of personen en validatie/verificatie: Beoordeling van de onpartijdigheidsvereisten vindt plaats bij iedere reguliere beoordeling.
5. Voor certificatie van personen: Beoordeling van het beheer van schema’s, en waar relevant van itembanken, vindt plaats bij iedere reguliere beoordeling.
6. Voor verificatie van broeikasgassen: In het kader van accreditatie voor verificaties volgens de EU ETS Richtlijn zullen bij elke reguliere beoordeling de specifieke vereisten van de Verordening (EU) 2018/2067 (Art. 50) worden beoordeeld.
7. De RvA zal een beoordeling uitvoeren van activiteiten die de instelling in eigen beheer uitvoert in het kader van geaccrediteerde activiteiten, maar waarvoor ze niet apart is geaccrediteerd. De RvA zal daartoe zorgdragen voor deskundigheid in de beoordelingsteams. De activiteiten die hier worden bedoeld zijn bij certificatie- en verificatie-instellingen: • kalibratie van meetinstrumenten;
• testen of inspecties uitgevoerd door de certificatie- of verificatie-instelling. De frequentie en omvang van de beoordeling van deze activiteiten zijn afhankelijk van de mate waarin de instelling kan aantonen deze activiteiten zelf te beoordelen tegen de relevante criteria.
• kalibratie van meetinstrumenten;
• testen of inspecties uitgevoerd door de certificatie- of verificatie-instelling.
1. Dossiers, gerelateerd aan de verschillende clusters van certificatie- en verificatieschema’s, worden in de accreditatiecyclus minimaal eenmaal inhoudelijk beoordeeld, voor alle in de scope genoemde locaties, voor zover een schema voor een locatie relevant is.
2. Het beoordelen van de uitvoering van activiteiten tijdens de uitvoering van de activiteiten (zoals het bijwonen van audits, inspecties, testen, verificaties of examens) vindt plaats volgens het voor de accreditatiecyclus opgestelde beoordelingsprogramma. Het uitgangspunt is dat voor iedere locatie op de scope de daar uitgevoerde clusters van schema’s eenmaal in de accreditatiecyclus in de praktijk worden beoordeeld.
3. Het beoordelen van de uitvoering van activiteiten tijdens de uitvoering van de activiteiten, zoals bedoeld in het vorige lid, zal niet altijd gecombineerd worden met een reguliere beoordeling. Aparte tussentijdse beoordelingen, die uitsluitend bestaan uit het beoordelen van de uitvoering, kunnen onderdeel zijn van het beoordelingsprogramma voor de cyclus.
4. Voor certificatie van managementsystemen, producten of personen en validatie/verificatie: Beoordeling van de onpartijdigheidsvereisten vindt plaats bij iedere reguliere beoordeling.
5. Voor certificatie van personen: Beoordeling van het beheer van schema’s, en waar relevant van itembanken, vindt plaats bij iedere reguliere beoordeling.
6. Voor verificatie van broeikasgassen: In het kader van accreditatie voor verificaties volgens de EU ETS Richtlijn zullen bij elke reguliere beoordeling de specifieke vereisten van de Verordening (EU) 2018/2067 (Art. 50) worden beoordeeld.
7. De RvA zal een beoordeling uitvoeren van activiteiten die de instelling in eigen beheer uitvoert in het kader van geaccrediteerde activiteiten, maar waarvoor ze niet apart is geaccrediteerd. De RvA zal daartoe zorgdragen voor deskundigheid in de beoordelingsteams. De activiteiten die hier worden bedoeld zijn bij certificatie- en verificatie-instellingen: • kalibratie van meetinstrumenten;
• testen of inspecties uitgevoerd door de certificatie- of verificatie-instelling. De frequentie en omvang van de beoordeling van deze activiteiten zijn afhankelijk van de mate waarin de instelling kan aantonen deze activiteiten zelf te beoordelen tegen de relevante criteria.
• kalibratie van meetinstrumenten;
• testen of inspecties uitgevoerd door de certificatie- of verificatie-instelling.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046190
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl