BWBR0046155
Geldig vanaf 2022-02-01
Artikel 5.8
Besluit bescherming koopvaardij
1. Het maritiem beveiligingsbedrijf beschikt te allen tijde over ten minste de volgende gegevens:
a. de identiteit en de antecedenten van zijn leidinggevenden, degenen die zijn beleid bepalen of mede bepalen en van de personen op sleutelposities;
b. de identiteit en de antecedenten van de uiteindelijke belanghebbende, en
c. de formele en feitelijke organisatie-, financierings-, eigendoms- en zeggenschapsstructuur van het concern waartoe hij behoort;
d. de identiteit en de antecedenten van het door hem op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel;
e. de bewijzen van vakbekwaamheid en geoefendheid van het door hem op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel;
f. de in eigendom en beheer zijnde vuurwapens en de bijbehorende munitie waarmee het op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel wordt uitgerust;
g. de in eigendom en beheer zijnde handboeien waarmee het op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel wordt uitgerust,
h. de in eigendom en beheer zijnde camera’s en microfoons waarmee het op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel wordt uitgerust, en
i. de aan Onze Minister gezonden rapportages als bedoeld in artikel 12 van de wet, met de onderliggende gegevens, over een periode van drie jaren.
2. Het maritiem beveiligingsbedrijf draagt er zorg voor dat hij te allen tijde aan de met toezicht belaste ambtenaren inzicht kan bieden in de actuele en volledige gegevens, bedoeld in het eerste lid.
a. de identiteit en de antecedenten van zijn leidinggevenden, degenen die zijn beleid bepalen of mede bepalen en van de personen op sleutelposities;
b. de identiteit en de antecedenten van de uiteindelijke belanghebbende, en
c. de formele en feitelijke organisatie-, financierings-, eigendoms- en zeggenschapsstructuur van het concern waartoe hij behoort;
d. de identiteit en de antecedenten van het door hem op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel;
e. de bewijzen van vakbekwaamheid en geoefendheid van het door hem op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel;
f. de in eigendom en beheer zijnde vuurwapens en de bijbehorende munitie waarmee het op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel wordt uitgerust;
g. de in eigendom en beheer zijnde handboeien waarmee het op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel wordt uitgerust,
h. de in eigendom en beheer zijnde camera’s en microfoons waarmee het op een transport in te zetten particulier maritiem beveiligingspersoneel wordt uitgerust, en
i. de aan Onze Minister gezonden rapportages als bedoeld in artikel 12 van de wet, met de onderliggende gegevens, over een periode van drie jaren.
2. Het maritiem beveiligingsbedrijf draagt er zorg voor dat hij te allen tijde aan de met toezicht belaste ambtenaren inzicht kan bieden in de actuele en volledige gegevens, bedoeld in het eerste lid.