BWBR0046155
Geldig vanaf 2022-02-01
Artikel 5.5
Besluit bescherming koopvaardij
1. De betrouwbaarheid van het maritiem beveiligingsbedrijf staat buiten twijfel.
2. Onze Minister beoordeelt de betrouwbaarheid van het bedrijf, van de personen die diens beleid bepalen of mede bepalen, van diens uiteindelijke belanghebbenden op basis van hun voornemens, handelingen en antecedenten.
3. Onze Minister neemt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval in aanmerking:
a. overtredingen van bij of krachtens de wet en van de maritieme beveiligingswetgeving van andere staten gestelde regels en voorschriften;
b. de mate waarin het maritiem beveiligingsbedrijf heeft voldaan aan zijn financiële verplichtingen uit bestuurlijke sancties wegens overtredingen van bij of krachtens de wet gestelde regels en voorschriften.
c. de bij regeling van Onze Minister genoemde strafrechtelijke antecedenten, en
d. toezichtantecedenten, financiële antecedenten, fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten en overige antecedenten.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste en tweede lid.
2. Onze Minister beoordeelt de betrouwbaarheid van het bedrijf, van de personen die diens beleid bepalen of mede bepalen, van diens uiteindelijke belanghebbenden op basis van hun voornemens, handelingen en antecedenten.
3. Onze Minister neemt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval in aanmerking:
a. overtredingen van bij of krachtens de wet en van de maritieme beveiligingswetgeving van andere staten gestelde regels en voorschriften;
b. de mate waarin het maritiem beveiligingsbedrijf heeft voldaan aan zijn financiële verplichtingen uit bestuurlijke sancties wegens overtredingen van bij of krachtens de wet gestelde regels en voorschriften.
c. de bij regeling van Onze Minister genoemde strafrechtelijke antecedenten, en
d. toezichtantecedenten, financiële antecedenten, fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten en overige antecedenten.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste en tweede lid.