BWBR0046078
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 7.10
Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het verbod niet van toepassing is met betrekking tot een vreemdeling die beschikt over:
a. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
b. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
2. In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld omtrent de omstandigheden waaronder dit verbod niet van toepassing is.
a. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
b. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
2. In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld omtrent de omstandigheden waaronder dit verbod niet van toepassing is.