BWBR0046078
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 13.3
Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de <a href="/wet/BWBR0045741" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het toekomstbestendig maken van de wetgeving op het terrein van arbeidsmigratie</a>(Stb. 2021, 505) in werking treedt.
2. De artikelen 2.7en 7.1, onder a, subonderdeel 6°, met vervanging van de puntkomma aan het slot van subonderdeel 4° door «; of» en met vervanging van «; of» aan het slot van subonderdeel 5° door een punt, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en <a href="/wet/BWBR0011825/artikel/3.31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000</a>vervallen met ingang van 1 juni 2026.
3. Het tweede lid geldt met dien verstande dat:
a. artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, zoals die luidden op 31 mei 2026, tot en met 31 mei 2027 van toepassing blijven met betrekking tot de vreemdeling die op basis van artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 werkzaamheden verricht.
b. Artikel 7.1, onder a, subonderdeel 6°, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, zoals dat luidde op 31 mei 2026, tot en met 31 mei 2027 van toepassing blijft met betrekking tot het familie- of gezinslid van de vreemdeling, bedoeld onder a.
4. Artikel 6.5vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
5. Artikel 4.5aen de zinsnede «en voor zover de vreemdeling niet behoort tot de categorie vreemdelingen, bedoeld in artikel 4.5a» in artikel 4.5, onderdeel b, vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. De artikelen 2.7en 7.1, onder a, subonderdeel 6°, met vervanging van de puntkomma aan het slot van subonderdeel 4° door «; of» en met vervanging van «; of» aan het slot van subonderdeel 5° door een punt, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en <a href="/wet/BWBR0011825/artikel/3.31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000</a>vervallen met ingang van 1 juni 2026.
3. Het tweede lid geldt met dien verstande dat:
a. artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, zoals die luidden op 31 mei 2026, tot en met 31 mei 2027 van toepassing blijven met betrekking tot de vreemdeling die op basis van artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 werkzaamheden verricht.
b. Artikel 7.1, onder a, subonderdeel 6°, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, zoals dat luidde op 31 mei 2026, tot en met 31 mei 2027 van toepassing blijft met betrekking tot het familie- of gezinslid van de vreemdeling, bedoeld onder a.
4. Artikel 6.5vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
5. Artikel 4.5aen de zinsnede «en voor zover de vreemdeling niet behoort tot de categorie vreemdelingen, bedoeld in artikel 4.5a» in artikel 4.5, onderdeel b, vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.