BWBR0046078
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 3.2
Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
1. Het verbod is niet van toepassing op de vreemdeling die:
a. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 heeft aangevraagd, aanspraken op voorzieningen geniet voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers of een ander wettelijk voorschrift dat aanspraken op voorzieningen regelt en op basis van artikel 8, onder f of h, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig in Nederland verblijft; of
b. minderjarig is en houder is van een op grond van artikel 14, eerste lid, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking medische behandeling.
2. Het eerste lid is van toepassing op de vreemdeling die in Nederland een beroepsopleiding volgt bij een instelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/1.1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs</a>of een instelling die een beroepsopleiding verzorgt waarvan op grond van <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/1.4.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.4.1. Wet educatie en beroepsonderwijs</a>aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens een diploma of certificaat is verbonden, en in het kader van die beroepsopleiding te werk wordt gesteld op grond van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/7.2.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.2.8. van de Wet educatie en beroepsonderwijs</a>, dan wel in Nederland in het kader van een opleiding aan een hogeschool in de zin van de <a href="/wet/BWBR0005682" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek</a>te werk wordt gesteld op de grond van een stageovereenkomst, gesloten tussen de hogeschool, de werkgever en hemzelf.
a. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 heeft aangevraagd, aanspraken op voorzieningen geniet voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers of een ander wettelijk voorschrift dat aanspraken op voorzieningen regelt en op basis van artikel 8, onder f of h, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig in Nederland verblijft; of
b. minderjarig is en houder is van een op grond van artikel 14, eerste lid, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking medische behandeling.
2. Het eerste lid is van toepassing op de vreemdeling die in Nederland een beroepsopleiding volgt bij een instelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/1.1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs</a>of een instelling die een beroepsopleiding verzorgt waarvan op grond van <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/1.4.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.4.1. Wet educatie en beroepsonderwijs</a>aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens een diploma of certificaat is verbonden, en in het kader van die beroepsopleiding te werk wordt gesteld op grond van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/7.2.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.2.8. van de Wet educatie en beroepsonderwijs</a>, dan wel in Nederland in het kader van een opleiding aan een hogeschool in de zin van de <a href="/wet/BWBR0005682" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek</a>te werk wordt gesteld op de grond van een stageovereenkomst, gesloten tussen de hogeschool, de werkgever en hemzelf.