BWBR0045929
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 4
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting
1. De Minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken voor een bijdrage in de bouwkosten van een ontmoetingsruimte in een geclusterde woonvorm.
2. De aanvraag kan worden ingediend door:
a. toegelaten instellingen, als bedoeld in Hoofdstuk IV van de Woningwet;
b. privaatrechtelijke rechtspersonen die op commerciële gronden woningbouw verrichten; of
c. privaatrechtelijke rechtspersonen die op andere dan commerciële gronden woningbouw verrichten, niet zijnde een toegelaten instelling als bedoeld onder a.
3. De aanvraag bevat, in afwijking van artikel 11, derde lid, onder a tot en met e, van het Kaderbesluit:
a. de naam, adresgegevens en statutaire doelstelling van de aanvrager;
b. de naam en een korte beschrijving van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
c. indien de ontmoetingsruimte een nieuw te bouwen bouwwerk betreft, een verklaring van de gemeente waarin de ontmoetingsruimte wordt gebouwd dat er een locatie beschikbaar is voor de bouw van de ontmoetingsruimte;
d. de brutovloeroppervlakte van de ontmoetingsruimte;
e. het aantal zelfstandige woonruimten dat de geclusterde woonvorm vormt;
f. een begroting voor de bouwkosten van de ontmoetingsruimte;
g. het bouwplan voor de ontmoetingsruimte;
h. het exploitatieplan voor de ontmoetingsruimte;
i. een verklaring van de aanvrager of deze van plan is de ontmoetingsruimte binnen vijf jaar na de datum van oplevering te verkopen, en zo ja, wanneer; en
j. voor aanvragers als bedoeld in lid 2, onder a en b: i. een beschrijving van de grootte van de aanvrager in fte’s en jaaromzet;
ii. een verklaring waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd niet meer steun ontvangt dan is toegestaan op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
i. een beschrijving van de grootte van de aanvrager in fte’s en jaaromzet;
ii. een verklaring waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd niet meer steun ontvangt dan is toegestaan op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. De aanvraag kan worden ingediend door:
a. toegelaten instellingen, als bedoeld in Hoofdstuk IV van de Woningwet;
b. privaatrechtelijke rechtspersonen die op commerciële gronden woningbouw verrichten; of
c. privaatrechtelijke rechtspersonen die op andere dan commerciële gronden woningbouw verrichten, niet zijnde een toegelaten instelling als bedoeld onder a.
3. De aanvraag bevat, in afwijking van artikel 11, derde lid, onder a tot en met e, van het Kaderbesluit:
a. de naam, adresgegevens en statutaire doelstelling van de aanvrager;
b. de naam en een korte beschrijving van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
c. indien de ontmoetingsruimte een nieuw te bouwen bouwwerk betreft, een verklaring van de gemeente waarin de ontmoetingsruimte wordt gebouwd dat er een locatie beschikbaar is voor de bouw van de ontmoetingsruimte;
d. de brutovloeroppervlakte van de ontmoetingsruimte;
e. het aantal zelfstandige woonruimten dat de geclusterde woonvorm vormt;
f. een begroting voor de bouwkosten van de ontmoetingsruimte;
g. het bouwplan voor de ontmoetingsruimte;
h. het exploitatieplan voor de ontmoetingsruimte;
i. een verklaring van de aanvrager of deze van plan is de ontmoetingsruimte binnen vijf jaar na de datum van oplevering te verkopen, en zo ja, wanneer; en
j. voor aanvragers als bedoeld in lid 2, onder a en b: i. een beschrijving van de grootte van de aanvrager in fte’s en jaaromzet;
ii. een verklaring waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd niet meer steun ontvangt dan is toegestaan op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
i. een beschrijving van de grootte van de aanvrager in fte’s en jaaromzet;
ii. een verklaring waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd niet meer steun ontvangt dan is toegestaan op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening.