BWBR0045929
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 10
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting
1. Op subsidieverleningen op grond van deze regeling is artikel 18, tweede en derde lid, van het Kaderbesluitvan toepassing.
2. De Minister verstrekt de subsidieontvanger uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van een kopie van de benodigde en onherroepelijke omgevingsvergunning voor de bouw van de ontmoetingsruimte, maar niet eerder dan januari 2026, een voorschot van 90% van het subsidiebedrag.
3. Indien voor de bouw van de ontmoetingsruimte geen omgevingsvergunning is vereist, verstrekt de Minister uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van een kopie van een tweezijdig getekende overeenkomst tussen de opdrachtnemer van en opdrachtgever voor de bouw van de ontmoetingsruimte, maar niet eerder dan januari 2026, een voorschot van 90% van het subsidiebedrag.
4. Indien het voorschot van het subsidiebedrag niet binnen de in het tweede of derde lid bedoelde termijn kan worden verstrekt, kan deze termijn eenmaal met acht weken worden verlengd.
5. Na de voltooiing van de bouw van een ontmoetingsruimte kan een aanvraag tot vaststelling worden ingediend.
6. Bij de aanvraag tot vaststelling wordt door de subsidieontvanger verklaard:
a. uit hoeveel m² de gebouwde ontmoetingsruimte bestaat en uit hoeveel woonruimten de bijbehorende geclusterde woonvorm bestaat;
b. dat is of zal worden voldaan aan de subsidieverplichtingen uit artikel 8; en
c. wat de definitieve bouwkosten van de ontmoetingsruimte bedragen.
7. Bij de aanvraag tot vaststelling hoeft, in afwijking van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluitgeen controleverklaring te worden aangeleverd.
2. De Minister verstrekt de subsidieontvanger uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van een kopie van de benodigde en onherroepelijke omgevingsvergunning voor de bouw van de ontmoetingsruimte, maar niet eerder dan januari 2026, een voorschot van 90% van het subsidiebedrag.
3. Indien voor de bouw van de ontmoetingsruimte geen omgevingsvergunning is vereist, verstrekt de Minister uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van een kopie van een tweezijdig getekende overeenkomst tussen de opdrachtnemer van en opdrachtgever voor de bouw van de ontmoetingsruimte, maar niet eerder dan januari 2026, een voorschot van 90% van het subsidiebedrag.
4. Indien het voorschot van het subsidiebedrag niet binnen de in het tweede of derde lid bedoelde termijn kan worden verstrekt, kan deze termijn eenmaal met acht weken worden verlengd.
5. Na de voltooiing van de bouw van een ontmoetingsruimte kan een aanvraag tot vaststelling worden ingediend.
6. Bij de aanvraag tot vaststelling wordt door de subsidieontvanger verklaard:
a. uit hoeveel m² de gebouwde ontmoetingsruimte bestaat en uit hoeveel woonruimten de bijbehorende geclusterde woonvorm bestaat;
b. dat is of zal worden voldaan aan de subsidieverplichtingen uit artikel 8; en
c. wat de definitieve bouwkosten van de ontmoetingsruimte bedragen.
7. Bij de aanvraag tot vaststelling hoeft, in afwijking van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluitgeen controleverklaring te worden aangeleverd.