BWBR0045864
Geldig vanaf 2022-10-19
Artikel 3
Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021
1. De Minister verstrekt de specifieke uitkering aan het college uitsluitend ter bekostiging van de uitvoering van één of meer van de volgende activiteiten gericht op ondersteuning van potentieel gedupeerden en personen, genoemd in artikel 2.21 Wht:
a. het eerste contact, de registratie en de inventarisatie van hulpvragen;
b. het bespreken, onderling overeenkomen en opstellen van een plan van aanpak;
c. de inkoop en de uitvoering van trajectzorg op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg inclusief de sanering van schulden van de personen bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, onder b, van de Wht;
d. de nazorg;
e. de inrichtings- en coördinatiekosten;
f. het voeren van een driegesprek.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde activiteiten worden mede verstaan activiteiten voor (potentieel) gedupeerden, voor zover deze ná 1 januari 2020 worden uitgevoerd maar waartoe reeds voorafgaand aan 1 januari 2020 is besloten.
3. Het aanbod tot het saneren van schulden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is eenmalig en wordt opgenomen en beschreven in het plan van aanpak.
4. De persoon die in aanmerking komt voor sanering van schulden op grond van het eerste lid, kan daartoe aan het college een verzoek doen tot uiterlijk achttien maanden na dagtekening van de beschikking waarbij de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.10, 2.11, 2.11aof 2.11b Whtis toegekend, dan wel tot 1 november 2025 indien de persoon de tegemoetkoming voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling heeft ontvangen.
5. In afwijking van het vierde lid kan de persoon die de tegemoetkoming voor de datum waarop deze regeling in werking treedt heeft ontvangen, zich tot 1 november 2024 melden bij de gemeente om van het aanvullend aanbod gebruik te maken.
6. Zodra komt vast te staan dat het college voor ondersteuning van potentieel gedupeerden en de personen, genoemd in artikel 2.21, eerste lid, Wht, geen rechten aan deze regeling kan ontlenen, beëindigt het de bekostiging op grond van deze regeling van een lopende activiteit, met eerbiediging van de einddatum van de betreffende verplichting.
7. Voor nieuwe kosten voor ondersteuning aan personen die niet worden erkend als gedupeerden als bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, Wht, kan het college tot 30 dagen nadat aan hem is meegedeeld dat de betreffende personen niet worden erkend als gedupeerden, een beroep doen op deze regeling.
a. het eerste contact, de registratie en de inventarisatie van hulpvragen;
b. het bespreken, onderling overeenkomen en opstellen van een plan van aanpak;
c. de inkoop en de uitvoering van trajectzorg op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg inclusief de sanering van schulden van de personen bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, onder b, van de Wht;
d. de nazorg;
e. de inrichtings- en coördinatiekosten;
f. het voeren van een driegesprek.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde activiteiten worden mede verstaan activiteiten voor (potentieel) gedupeerden, voor zover deze ná 1 januari 2020 worden uitgevoerd maar waartoe reeds voorafgaand aan 1 januari 2020 is besloten.
3. Het aanbod tot het saneren van schulden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is eenmalig en wordt opgenomen en beschreven in het plan van aanpak.
4. De persoon die in aanmerking komt voor sanering van schulden op grond van het eerste lid, kan daartoe aan het college een verzoek doen tot uiterlijk achttien maanden na dagtekening van de beschikking waarbij de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.10, 2.11, 2.11aof 2.11b Whtis toegekend, dan wel tot 1 november 2025 indien de persoon de tegemoetkoming voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling heeft ontvangen.
5. In afwijking van het vierde lid kan de persoon die de tegemoetkoming voor de datum waarop deze regeling in werking treedt heeft ontvangen, zich tot 1 november 2024 melden bij de gemeente om van het aanvullend aanbod gebruik te maken.
6. Zodra komt vast te staan dat het college voor ondersteuning van potentieel gedupeerden en de personen, genoemd in artikel 2.21, eerste lid, Wht, geen rechten aan deze regeling kan ontlenen, beëindigt het de bekostiging op grond van deze regeling van een lopende activiteit, met eerbiediging van de einddatum van de betreffende verplichting.
7. Voor nieuwe kosten voor ondersteuning aan personen die niet worden erkend als gedupeerden als bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, Wht, kan het college tot 30 dagen nadat aan hem is meegedeeld dat de betreffende personen niet worden erkend als gedupeerden, een beroep doen op deze regeling.