BWBR0045803
Geldig vanaf 2023-11-14
Artikel 6
Subsidieregeling nazorg mbo 2022/2025
1. Bij de begroting, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, hanteert het bevoegd gezag:
a. een vast uurtarief voor de loonkosten van € 80,– exclusief BTW voor aanvragen in het eerste of eventuele tweede aanvraagtijdvak;
b. een vast uurtarief voor de loonkosten van € 83,– exclusief BTW en een maximumbedrag per gediplomeerde van € 1.400,– voor aanvragen in het derde of eventuele vierde aanvraagtijdvak;
c. een vast uurtarief voor de loonkosten van € 89,– exclusief BTW en een maximumbedrag per gediplomeerde van € 1.400,– voor aanvragen in het vijfde of eventuele zesde aanvraagtijdvak.
2. Het door het bevoegd gezag begrote bedrag per gediplomeerde wordt berekend door het totaalbedrag van de begroting te delen door het aantal in de aanvraag geprognosticeerde gediplomeerden.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan de subsidieverstrekking worden geweigerd, indien de kosten naar het oordeel van de minister niet in redelijke verhouding staan tot de door het bevoegd gezag beoogde resultaten.
a. een vast uurtarief voor de loonkosten van € 80,– exclusief BTW voor aanvragen in het eerste of eventuele tweede aanvraagtijdvak;
b. een vast uurtarief voor de loonkosten van € 83,– exclusief BTW en een maximumbedrag per gediplomeerde van € 1.400,– voor aanvragen in het derde of eventuele vierde aanvraagtijdvak;
c. een vast uurtarief voor de loonkosten van € 89,– exclusief BTW en een maximumbedrag per gediplomeerde van € 1.400,– voor aanvragen in het vijfde of eventuele zesde aanvraagtijdvak.
2. Het door het bevoegd gezag begrote bedrag per gediplomeerde wordt berekend door het totaalbedrag van de begroting te delen door het aantal in de aanvraag geprognosticeerde gediplomeerden.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan de subsidieverstrekking worden geweigerd, indien de kosten naar het oordeel van de minister niet in redelijke verhouding staan tot de door het bevoegd gezag beoogde resultaten.