BWBR0045673
Geldig vanaf 2021-10-09
Artikel 13
Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021
1. De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 12, tweede lid, over de vaststelling van de uitkering.
2. De minister stelt de uitkering vast tot ten hoogste het bedrag dat is bepaald in het besluit tot verlening, tenzij:
a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel hebben plaatsgevonden, of
b. niet is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die zijn verbonden aan de uitkering.
3. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, stelt de minister de uitkering op een lager bedrag vast, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.
2. De minister stelt de uitkering vast tot ten hoogste het bedrag dat is bepaald in het besluit tot verlening, tenzij:
a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel hebben plaatsgevonden, of
b. niet is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die zijn verbonden aan de uitkering.
3. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, stelt de minister de uitkering op een lager bedrag vast, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.