BWBR0045673
Geldig vanaf 2021-10-09
Artikel 11
Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021
1. De coördinerende gemeente die een uitkering ontvangt voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, draagt er zorg voor dat deze voor 1 juni 2022 beschikt over een bovenregionaal plan dat betrekking heeft op de accommodaties open driemilieusvoorzieningen waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in Bijlage 2.
2. Op het moment dat het niet haalbaar is voor de coördinerende gemeente die een uitkering heeft ontvangen voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, voor 1 juni 2022 te beschikken over een bovenregionaal plan, als bedoeld in het eerste lid, vraagt de coördinerende gemeente uitstel aan de minister, vergezeld van een nieuwe datum waarop de coördinerende gemeente beschikt over een bovenregionaal plan.
3. De coördinerende gemeente die een uitkering ontvangt voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, draagt er zorg voor dat deze uiterlijk op 1 december 2022 beschikt over een strategisch vastgoedplan die betrekking heeft op de accommodaties open driemilieusvoorzieningen waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in Bijlage 2.
4. Op het moment dat het niet haalbaar is voor de coördinerende gemeente die een uitkering heeft ontvangen voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, voor 1 december 2022 te beschikken over strategisch vastgoedplan als bedoeld in het derde lid, dient de coördinerende gemeente uitstel aan te vragen vergezeld van een nieuwe datum waarop de coördinerende gemeente beschikt over het strategisch vastgoedplan.
2. Op het moment dat het niet haalbaar is voor de coördinerende gemeente die een uitkering heeft ontvangen voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, voor 1 juni 2022 te beschikken over een bovenregionaal plan, als bedoeld in het eerste lid, vraagt de coördinerende gemeente uitstel aan de minister, vergezeld van een nieuwe datum waarop de coördinerende gemeente beschikt over een bovenregionaal plan.
3. De coördinerende gemeente die een uitkering ontvangt voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, draagt er zorg voor dat deze uiterlijk op 1 december 2022 beschikt over een strategisch vastgoedplan die betrekking heeft op de accommodaties open driemilieusvoorzieningen waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in Bijlage 2.
4. Op het moment dat het niet haalbaar is voor de coördinerende gemeente die een uitkering heeft ontvangen voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, voor 1 december 2022 te beschikken over strategisch vastgoedplan als bedoeld in het derde lid, dient de coördinerende gemeente uitstel aan te vragen vergezeld van een nieuwe datum waarop de coördinerende gemeente beschikt over het strategisch vastgoedplan.