BWBR0045669
Geldig vanaf 01-01-2022
Artikel 33
Regeling medisch-specialistische zorg
1. Het dbc-zorgproduct wordt gedeclareerd bij de patiënt of bij de zorgverzekeraar waar de patiënt op de startdatum van het dbc-zorgproduct is verzekerd.
2. Een zorgverlener mag een dbc-zorgproduct alleen declareren indien de prestatie is vastgelegd volgens de in deze regeling vastgestelde registratiebepalingen en voldaan is aan de omschrijvingen en definities van zorgactiviteiten uit de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg.
3. Bij declaratie van een dbc-zorgproduct vermeldt de zorgverlener het subtrajectnummer.
4. Declaratie van parallelle dbc-zorgproducten is niet toegestaan indien de onderliggende diagnosen voorkomen in de diagnose-combinatietabel.
5. De declaratie van een dbc-zorgproduct heeft een zegel (hash-code) waaruit blijkt dat deze door een grouper is afgeleid.
6. Het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende orgaandonor, mag in rekening worden gebracht bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger van het orgaan.
7. Wanneer een poortspecialist en/of een SEH-arts KNMG en/of een verpleegkundig specialist en/of een physician assistant samen één zorgvraag behandelen, dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
8. Wanneer een cardioloog en een cardiochirurg samen een AICD-implantatie uitvoeren, dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
9. Een SKION dbc-zorgproduct (990116022 t/m 990116056) mag niet in combinatie met een ander dbc-zorgproduct kindergeneeskunde (dbc-zorgproductgroep 990116) worden gedeclareerd.
10. Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende dbc-zorgproductgroep worden gedeclareerd.
11. Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
12. Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker of stamceltransplantatie bij niet-maligne aandoeningen (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
13. Een dbc-zorgproduct voor traumaopvang volgens ATLS protocol (182199051, 182199055, 182199056 en 182199057) mag per instelling door één specialisme worden gedeclareerd.
14. Een initieel SKION dbc-zorgproduct mag per SKION stratificatie door één instelling in rekening worden gebracht. Het is niet toegestaan dat bij overdracht van het hoofdbehandelaarschap door de overnemende instelling opnieuw een initieel dbc-zorgproduct in rekening wordt gebracht op grond van dezelfde stratificatie.
15. Het is niet toegestaan dat een of meerdere instellingen parallel aan elkaar meerdere dbc-zorgproducten voor complex chronische longaandoeningen (zorgproductgroep 990022) in rekening brengen. Ook declareert een instelling parallel aan een dbc-zorgproduct voor complex chronische longaandoeningen (zorgproductgroep 990022) geen ander dbc-zorgproduct met dezelfde diagnose.
16. Zodra zorg vanuit het traject Voorwaardelijke Toelating instroomt in het basispakket, zijn de prestaties behorende bij dit traject niet langer beperkt tot de declaratie van deze zorg in studieverband. Bijbehorende prestaties mogen vanaf dan buiten studieverband gedeclareerd worden, totdat de NZa de bekostiging hierop heeft aangepast.
2. Een zorgverlener mag een dbc-zorgproduct alleen declareren indien de prestatie is vastgelegd volgens de in deze regeling vastgestelde registratiebepalingen en voldaan is aan de omschrijvingen en definities van zorgactiviteiten uit de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg.
3. Bij declaratie van een dbc-zorgproduct vermeldt de zorgverlener het subtrajectnummer.
4. Declaratie van parallelle dbc-zorgproducten is niet toegestaan indien de onderliggende diagnosen voorkomen in de diagnose-combinatietabel.
5. De declaratie van een dbc-zorgproduct heeft een zegel (hash-code) waaruit blijkt dat deze door een grouper is afgeleid.
6. Het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende orgaandonor, mag in rekening worden gebracht bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger van het orgaan.
7. Wanneer een poortspecialist en/of een SEH-arts KNMG en/of een verpleegkundig specialist en/of een physician assistant samen één zorgvraag behandelen, dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
8. Wanneer een cardioloog en een cardiochirurg samen een AICD-implantatie uitvoeren, dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
9. Een SKION dbc-zorgproduct (990116022 t/m 990116056) mag niet in combinatie met een ander dbc-zorgproduct kindergeneeskunde (dbc-zorgproductgroep 990116) worden gedeclareerd.
10. Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende dbc-zorgproductgroep worden gedeclareerd.
11. Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
12. Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker of stamceltransplantatie bij niet-maligne aandoeningen (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
13. Een dbc-zorgproduct voor traumaopvang volgens ATLS protocol (182199051, 182199055, 182199056 en 182199057) mag per instelling door één specialisme worden gedeclareerd.
14. Een initieel SKION dbc-zorgproduct mag per SKION stratificatie door één instelling in rekening worden gebracht. Het is niet toegestaan dat bij overdracht van het hoofdbehandelaarschap door de overnemende instelling opnieuw een initieel dbc-zorgproduct in rekening wordt gebracht op grond van dezelfde stratificatie.
15. Het is niet toegestaan dat een of meerdere instellingen parallel aan elkaar meerdere dbc-zorgproducten voor complex chronische longaandoeningen (zorgproductgroep 990022) in rekening brengen. Ook declareert een instelling parallel aan een dbc-zorgproduct voor complex chronische longaandoeningen (zorgproductgroep 990022) geen ander dbc-zorgproduct met dezelfde diagnose.
16. Zodra zorg vanuit het traject Voorwaardelijke Toelating instroomt in het basispakket, zijn de prestaties behorende bij dit traject niet langer beperkt tot de declaratie van deze zorg in studieverband. Bijbehorende prestaties mogen vanaf dan buiten studieverband gedeclareerd worden, totdat de NZa de bekostiging hierop heeft aangepast.
- Citeren als
- Art. 33
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045669
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl