BWBR0045669
Geldig vanaf 01-01-2022
Artikel 26
Regeling medisch-specialistische zorg
1. De categorie supplementaire producten bestaat uit overige zorgproducten die zowel los als additioneel bij een dbc-zorgproduct gedeclareerd kunnen worden.
2. Add-ons intensive care (ic)
a. Add-ons ic worden geregistreerd middels een eigen subtraject. Binnen de registratie van een subtraject wordt alleen het component zorgtype getypeerd.
b. Welke ic-dag (type 1 of type 2) in rekening kan worden gebracht, wordt bepaald in contractafspraken tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder. Bij het ontbreken van contractafspraken mag alleen ic-dag type 1 in rekening worden gebracht.
c. Voor de add-ons ic gelden specifieke omschrijvingen en/of registratievoorwaarden: – ic-dag type 1 of 2 (190157 en 190158) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een ic-patiënt, ingedeeld in ic-dag type 1 of 2. Niet als ic-dag wordt geteld het post-operatief onderbrengen van een patiënt zonder ic-indicatie op de ic of op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen ic-dag.
– ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190159 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190157 of 190158, wanneer het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om dit totaal aantal vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur.
– ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 3 (190160) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190160 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190159, wanneer de som van het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden (190157 of 190158) en het totaal aantal opgeschaalde ic-bedden, fase 2(190159) op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om het in de vorige zin bedoelde aantal ic-bedden vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur.
– Dialysetoeslag (190156) Deze toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctievervangende therapie bij een patiënt onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialysetoeslag mag alleen naast de ic-dag type 1 of type 2 (190157 en 190158), dan wel naast de ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) of fase 3 (190160), worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse dbc-zorgproduct.
– ic-consult (190129) Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
– Begeleiding interklinisch transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190130 en 190131) De begeleiding door een ic-arts of medisch specialist van een patiënt met een ic-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de ic van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel ‘Regionale ambulancevoorziening’.
– Begeleiding MICU transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190132 en 190133) Begeleiding van het transport van een patiënt met ic-indicatie van het ene ziekenhuis naar een ander ziekenhuis door een Mobile Intensive care Unit (MICU)-team, bestaande uit een ic-arts of intensivist en een MICU/verpleegkundige, waarbij het vervoer wordt uitgevoerd met behulp van een MICU, bestaande uit een MICU/trolley en een ic-ambulance en waarbij de wachttijd, de overdracht en de terugreis korter duren dan twee uur respectievelijk gelijk zijn aan of langer duren dan twee uur.
– Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de neonatale ic van een door het Ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie.
– Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de pediatrische ic.
– ECMO-toeslag (039611) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de neonatale ic of pediatrische ic. De therapie wordt uitgevoerd in aansluiting op een cardiale chirurgische of bij pulmonale of niet-operatieve cardiale problematiek waarbij de kwaliteitsindicator voorschrijft dat er minimaal eenmaal per maand een ECMO therapie op neonatale ic of pediatrische ic wordt uitgevoerd. De therapie start bij de voorbereiding van de canulatie (12 uur voorafgaand aan ECMO) en eindigt 24 uur na decanulatie.
– ic-dag type 1 of 2 (190157 en 190158) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een ic-patiënt, ingedeeld in ic-dag type 1 of 2. Niet als ic-dag wordt geteld het post-operatief onderbrengen van een patiënt zonder ic-indicatie op de ic of op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen ic-dag.
– ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190159 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190157 of 190158, wanneer het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om dit totaal aantal vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur.
– ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 3 (190160) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190160 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190159, wanneer de som van het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden (190157 of 190158) en het totaal aantal opgeschaalde ic-bedden, fase 2(190159) op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om het in de vorige zin bedoelde aantal ic-bedden vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur.
– Dialysetoeslag (190156) Deze toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctievervangende therapie bij een patiënt onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialysetoeslag mag alleen naast de ic-dag type 1 of type 2 (190157 en 190158), dan wel naast de ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) of fase 3 (190160), worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse dbc-zorgproduct.
– ic-consult (190129) Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
– Begeleiding interklinisch transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190130 en 190131) De begeleiding door een ic-arts of medisch specialist van een patiënt met een ic-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de ic van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel ‘Regionale ambulancevoorziening’.
– Begeleiding MICU transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190132 en 190133) Begeleiding van het transport van een patiënt met ic-indicatie van het ene ziekenhuis naar een ander ziekenhuis door een Mobile Intensive care Unit (MICU)-team, bestaande uit een ic-arts of intensivist en een MICU/verpleegkundige, waarbij het vervoer wordt uitgevoerd met behulp van een MICU, bestaande uit een MICU/trolley en een ic-ambulance en waarbij de wachttijd, de overdracht en de terugreis korter duren dan twee uur respectievelijk gelijk zijn aan of langer duren dan twee uur.
– Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de neonatale ic van een door het Ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie.
– Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de pediatrische ic.
– ECMO-toeslag (039611) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de neonatale ic of pediatrische ic. De therapie wordt uitgevoerd in aansluiting op een cardiale chirurgische of bij pulmonale of niet-operatieve cardiale problematiek waarbij de kwaliteitsindicator voorschrijft dat er minimaal eenmaal per maand een ECMO therapie op neonatale ic of pediatrische ic wordt uitgevoerd. De therapie start bij de voorbereiding van de canulatie (12 uur voorafgaand aan ECMO) en eindigt 24 uur na decanulatie.
3. Add-ongeneesmiddelen
Een add-ongeneesmiddel wordt uitsluitend geregistreerd in combinatie met een zorgtraject, tenzij een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijbehorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.
4. Overige trajecten
a. Een overig traject mag in plaats van een reguliere verpleegdag en naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden onder dezelfde voorwaarden als een reguliere verpleegdag zoals omschreven in artikel 24 lid 29. Deze overige trajecten mogen naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden.
b. Voor een aantal overige trajecten gelden er specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing: – Verkeerde bed, Wlz-indicatie (190092) Een ‘Verkeerde bed’ dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een Wlz-indicatie is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij een Wlz-zorgaanbieder of thuis. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medisch-specialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz.
– Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan en daarvoor klinisch is opgenomen. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd. Een kind wordt tot 28 dagen na de geboorte als ‘pasgeborene’ beschouwd.
– Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling, omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Deze zorgactiviteit wordt alleen tijdens het klinische traject van de moeder, tot maximaal 28 dagen na de geboorte, geregistreerd.
– Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, geen Wlz-indicatie (190093) Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde een Wlz-indicatie) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
– Zotelovernachting (190208) Overnachting in een zorghotel, in het kader van ziekenhuisverplaatste zorg, welke gekoppeld is aan een instelling voor medisch-specialistische zorg.
– Verkeerde bed, Wlz-indicatie (190092) Een ‘Verkeerde bed’ dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een Wlz-indicatie is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij een Wlz-zorgaanbieder of thuis. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medisch-specialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz.
– Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan en daarvoor klinisch is opgenomen. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd. Een kind wordt tot 28 dagen na de geboorte als ‘pasgeborene’ beschouwd.
– Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling, omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Deze zorgactiviteit wordt alleen tijdens het klinische traject van de moeder, tot maximaal 28 dagen na de geboorte, geregistreerd.
– Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, geen Wlz-indicatie (190093) Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde een Wlz-indicatie) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
– Zotelovernachting (190208) Overnachting in een zorghotel, in het kader van ziekenhuisverplaatste zorg, welke gekoppeld is aan een instelling voor medisch-specialistische zorg.
5. Add-on overig
Voor een aantal add-ons overig gelden specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing:
– Extracorporele immunoadsorptiebehandeling (039967 en 039968) De ABOi (039967) en HLAi (039968) mogen alleen gedeclareerd worden bij een dbc-zorgproduct in het kader van een nier-, lever-, darm-, eilandjes- of pancreastransplantatie (dbc-zorgproductgroep 979002).
– Toeslag obstetrische high care (190219) Deze toeslag mag enkel worden vastgelegd door instellingen die vanuit het planningsbesluit van de minister toestemming hebben gekregen om een OHC-unit inclusief NICU te exploiteren. De zorgactiviteit mag naast een reguliere verpleegdag worden vastgelegd voor iedere dag dat de patiënt is opgenomen op de OHC-unit.
– Toeslag post-ic high care (190152) Er is sprake van post-ic high care als aansluitend aan een opname op de neonatale intensive care (NICU) noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. De post-ic high care bedden mogen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum.
– Beoordeling door landelijk erkend expertisecentrum van aanvraag start/continuering groeihormoonbehandeling (190298) Het beoordelen van een aanvraag voor het starten of continueren van een groeihormoonbehandeling bij kinderen. De beoordeling vindt plaats door een landelijk erkend (d.w.z. erkend door de Minister van VWS, zorgaanbieders en zorgverzekeraars), onafhankelijk expertisecentrum. Ten behoeve van deze beoordeling levert de instelling de benodigde informatie aan het expertisecentrum aan.
– Klinische zorgdag in de thuissituatie (190228) Een klinische zorgdag in de thuissituatie is een te registreren kalenderdag, met alle door het ziekenhuis geleverde zorg, die niet in andere zorgactiviteiten is beschreven. Deze kalenderdag is te beschouwen als een klinische opname in de thuissituatie. De klinische opname in de thuissituatie bestaat uit een episode van klinische zorg in de thuissituatie met minimaal één overnachting. De te registreren periode loopt vanaf de opname in de thuissituatie tot en met de dag van ontslag of dag voor overplaatsing naar een klinische setting in een instelling. De dag van opname (mits deze heeft plaatsgevonden vóór 20.00 uur) en de dag van ontslag worden beide aangemerkt worden als een te registreren kalenderdag. Bij overplaatsing naar een klinische setting in een instelling wordt op de dag van overplaatsing geen klinische zorgdag in de thuissituatie geregistreerd.
– Toeslag verblijf hooggebergte per dag – longastmacentra (193289) Deze prestatie wordt gedeclareerd per verpleegdag in een centrum voor complex chronische longaandoeningen (CCL) als sprake is van intensieve longrevalidatie op een hoogte van 1.500 meter of hoger. Deze prestatie wordt per patiënt maximaal éénmaal per kalenderdag gedeclareerd op dezelfde dag waarop voor deze patiënt een verpleegdag is geregistreerd.
6. Werkpakket screening transplantatie (192121 t/m 192127)
Deze werkpakketten bestaan uit bepalingen ten behoeve van het screenen en typeren van ontvangers of levende donoren bij orgaantransplantatie. Deze bepalingen worden uitgevoerd in het kader van de besluitvorming voor verschillende vormen van orgaantransplantatie, door gespecialiseerde laboratoria. Plaatsing op een wachtlijst valt ook onder besluitvorming. Alle uitgevoerde bepalingen in dit kader vormen een werkpakket.
2. Add-ons intensive care (ic)
a. Add-ons ic worden geregistreerd middels een eigen subtraject. Binnen de registratie van een subtraject wordt alleen het component zorgtype getypeerd.
b. Welke ic-dag (type 1 of type 2) in rekening kan worden gebracht, wordt bepaald in contractafspraken tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder. Bij het ontbreken van contractafspraken mag alleen ic-dag type 1 in rekening worden gebracht.
c. Voor de add-ons ic gelden specifieke omschrijvingen en/of registratievoorwaarden: – ic-dag type 1 of 2 (190157 en 190158) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een ic-patiënt, ingedeeld in ic-dag type 1 of 2. Niet als ic-dag wordt geteld het post-operatief onderbrengen van een patiënt zonder ic-indicatie op de ic of op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen ic-dag.
– ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190159 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190157 of 190158, wanneer het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om dit totaal aantal vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur.
– ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 3 (190160) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190160 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190159, wanneer de som van het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden (190157 of 190158) en het totaal aantal opgeschaalde ic-bedden, fase 2(190159) op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om het in de vorige zin bedoelde aantal ic-bedden vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur.
– Dialysetoeslag (190156) Deze toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctievervangende therapie bij een patiënt onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialysetoeslag mag alleen naast de ic-dag type 1 of type 2 (190157 en 190158), dan wel naast de ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) of fase 3 (190160), worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse dbc-zorgproduct.
– ic-consult (190129) Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
– Begeleiding interklinisch transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190130 en 190131) De begeleiding door een ic-arts of medisch specialist van een patiënt met een ic-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de ic van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel ‘Regionale ambulancevoorziening’.
– Begeleiding MICU transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190132 en 190133) Begeleiding van het transport van een patiënt met ic-indicatie van het ene ziekenhuis naar een ander ziekenhuis door een Mobile Intensive care Unit (MICU)-team, bestaande uit een ic-arts of intensivist en een MICU/verpleegkundige, waarbij het vervoer wordt uitgevoerd met behulp van een MICU, bestaande uit een MICU/trolley en een ic-ambulance en waarbij de wachttijd, de overdracht en de terugreis korter duren dan twee uur respectievelijk gelijk zijn aan of langer duren dan twee uur.
– Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de neonatale ic van een door het Ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie.
– Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de pediatrische ic.
– ECMO-toeslag (039611) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de neonatale ic of pediatrische ic. De therapie wordt uitgevoerd in aansluiting op een cardiale chirurgische of bij pulmonale of niet-operatieve cardiale problematiek waarbij de kwaliteitsindicator voorschrijft dat er minimaal eenmaal per maand een ECMO therapie op neonatale ic of pediatrische ic wordt uitgevoerd. De therapie start bij de voorbereiding van de canulatie (12 uur voorafgaand aan ECMO) en eindigt 24 uur na decanulatie.
– ic-dag type 1 of 2 (190157 en 190158) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een ic-patiënt, ingedeeld in ic-dag type 1 of 2. Niet als ic-dag wordt geteld het post-operatief onderbrengen van een patiënt zonder ic-indicatie op de ic of op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen ic-dag.
– ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190159 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190157 of 190158, wanneer het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om dit totaal aantal vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur.
– ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 3 (190160) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190160 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190159, wanneer de som van het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden (190157 of 190158) en het totaal aantal opgeschaalde ic-bedden, fase 2(190159) op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om het in de vorige zin bedoelde aantal ic-bedden vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur.
– Dialysetoeslag (190156) Deze toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctievervangende therapie bij een patiënt onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialysetoeslag mag alleen naast de ic-dag type 1 of type 2 (190157 en 190158), dan wel naast de ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) of fase 3 (190160), worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse dbc-zorgproduct.
– ic-consult (190129) Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
– Begeleiding interklinisch transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190130 en 190131) De begeleiding door een ic-arts of medisch specialist van een patiënt met een ic-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de ic van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel ‘Regionale ambulancevoorziening’.
– Begeleiding MICU transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190132 en 190133) Begeleiding van het transport van een patiënt met ic-indicatie van het ene ziekenhuis naar een ander ziekenhuis door een Mobile Intensive care Unit (MICU)-team, bestaande uit een ic-arts of intensivist en een MICU/verpleegkundige, waarbij het vervoer wordt uitgevoerd met behulp van een MICU, bestaande uit een MICU/trolley en een ic-ambulance en waarbij de wachttijd, de overdracht en de terugreis korter duren dan twee uur respectievelijk gelijk zijn aan of langer duren dan twee uur.
– Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de neonatale ic van een door het Ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie.
– Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de pediatrische ic.
– ECMO-toeslag (039611) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de neonatale ic of pediatrische ic. De therapie wordt uitgevoerd in aansluiting op een cardiale chirurgische of bij pulmonale of niet-operatieve cardiale problematiek waarbij de kwaliteitsindicator voorschrijft dat er minimaal eenmaal per maand een ECMO therapie op neonatale ic of pediatrische ic wordt uitgevoerd. De therapie start bij de voorbereiding van de canulatie (12 uur voorafgaand aan ECMO) en eindigt 24 uur na decanulatie.
3. Add-ongeneesmiddelen
Een add-ongeneesmiddel wordt uitsluitend geregistreerd in combinatie met een zorgtraject, tenzij een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijbehorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.
4. Overige trajecten
a. Een overig traject mag in plaats van een reguliere verpleegdag en naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden onder dezelfde voorwaarden als een reguliere verpleegdag zoals omschreven in artikel 24 lid 29. Deze overige trajecten mogen naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden.
b. Voor een aantal overige trajecten gelden er specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing: – Verkeerde bed, Wlz-indicatie (190092) Een ‘Verkeerde bed’ dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een Wlz-indicatie is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij een Wlz-zorgaanbieder of thuis. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medisch-specialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz.
– Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan en daarvoor klinisch is opgenomen. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd. Een kind wordt tot 28 dagen na de geboorte als ‘pasgeborene’ beschouwd.
– Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling, omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Deze zorgactiviteit wordt alleen tijdens het klinische traject van de moeder, tot maximaal 28 dagen na de geboorte, geregistreerd.
– Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, geen Wlz-indicatie (190093) Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde een Wlz-indicatie) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
– Zotelovernachting (190208) Overnachting in een zorghotel, in het kader van ziekenhuisverplaatste zorg, welke gekoppeld is aan een instelling voor medisch-specialistische zorg.
– Verkeerde bed, Wlz-indicatie (190092) Een ‘Verkeerde bed’ dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een Wlz-indicatie is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij een Wlz-zorgaanbieder of thuis. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medisch-specialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz.
– Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan en daarvoor klinisch is opgenomen. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd. Een kind wordt tot 28 dagen na de geboorte als ‘pasgeborene’ beschouwd.
– Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling, omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Deze zorgactiviteit wordt alleen tijdens het klinische traject van de moeder, tot maximaal 28 dagen na de geboorte, geregistreerd.
– Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, geen Wlz-indicatie (190093) Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde een Wlz-indicatie) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
– Zotelovernachting (190208) Overnachting in een zorghotel, in het kader van ziekenhuisverplaatste zorg, welke gekoppeld is aan een instelling voor medisch-specialistische zorg.
5. Add-on overig
Voor een aantal add-ons overig gelden specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing:
– Extracorporele immunoadsorptiebehandeling (039967 en 039968) De ABOi (039967) en HLAi (039968) mogen alleen gedeclareerd worden bij een dbc-zorgproduct in het kader van een nier-, lever-, darm-, eilandjes- of pancreastransplantatie (dbc-zorgproductgroep 979002).
– Toeslag obstetrische high care (190219) Deze toeslag mag enkel worden vastgelegd door instellingen die vanuit het planningsbesluit van de minister toestemming hebben gekregen om een OHC-unit inclusief NICU te exploiteren. De zorgactiviteit mag naast een reguliere verpleegdag worden vastgelegd voor iedere dag dat de patiënt is opgenomen op de OHC-unit.
– Toeslag post-ic high care (190152) Er is sprake van post-ic high care als aansluitend aan een opname op de neonatale intensive care (NICU) noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. De post-ic high care bedden mogen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum.
– Beoordeling door landelijk erkend expertisecentrum van aanvraag start/continuering groeihormoonbehandeling (190298) Het beoordelen van een aanvraag voor het starten of continueren van een groeihormoonbehandeling bij kinderen. De beoordeling vindt plaats door een landelijk erkend (d.w.z. erkend door de Minister van VWS, zorgaanbieders en zorgverzekeraars), onafhankelijk expertisecentrum. Ten behoeve van deze beoordeling levert de instelling de benodigde informatie aan het expertisecentrum aan.
– Klinische zorgdag in de thuissituatie (190228) Een klinische zorgdag in de thuissituatie is een te registreren kalenderdag, met alle door het ziekenhuis geleverde zorg, die niet in andere zorgactiviteiten is beschreven. Deze kalenderdag is te beschouwen als een klinische opname in de thuissituatie. De klinische opname in de thuissituatie bestaat uit een episode van klinische zorg in de thuissituatie met minimaal één overnachting. De te registreren periode loopt vanaf de opname in de thuissituatie tot en met de dag van ontslag of dag voor overplaatsing naar een klinische setting in een instelling. De dag van opname (mits deze heeft plaatsgevonden vóór 20.00 uur) en de dag van ontslag worden beide aangemerkt worden als een te registreren kalenderdag. Bij overplaatsing naar een klinische setting in een instelling wordt op de dag van overplaatsing geen klinische zorgdag in de thuissituatie geregistreerd.
– Toeslag verblijf hooggebergte per dag – longastmacentra (193289) Deze prestatie wordt gedeclareerd per verpleegdag in een centrum voor complex chronische longaandoeningen (CCL) als sprake is van intensieve longrevalidatie op een hoogte van 1.500 meter of hoger. Deze prestatie wordt per patiënt maximaal éénmaal per kalenderdag gedeclareerd op dezelfde dag waarop voor deze patiënt een verpleegdag is geregistreerd.
6. Werkpakket screening transplantatie (192121 t/m 192127)
Deze werkpakketten bestaan uit bepalingen ten behoeve van het screenen en typeren van ontvangers of levende donoren bij orgaantransplantatie. Deze bepalingen worden uitgevoerd in het kader van de besluitvorming voor verschillende vormen van orgaantransplantatie, door gespecialiseerde laboratoria. Plaatsing op een wachtlijst valt ook onder besluitvorming. Alle uitgevoerde bepalingen in dit kader vormen een werkpakket.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045669
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl