BWBR0045607
Geldig vanaf 2025-07-02
Artikel 7
Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden
1. De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, in januari van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in de artikelen 3en 4 tot en met 6, uiterlijk in de maand maart van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.
2. De beschikking en betaling van de aanvullende bekostiging bedoeld in artikel 3avindt jaarlijks in één termijn plaats in november.
3. De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6a, uiterlijk in de maand maart van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De betaling van de aanvullende bekostiging vindt jaarlijks in een termijn plaats in maart.
4. De aanvullende bekostiging wordt, uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft, herzien en wordt berekend op basis van:
a. het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven bij de school; en
b. de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.
5. In afwijking van het derde en vierde lid stelt de minister de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6a, voor 2025 uiterlijk in de maand november 2025 vast, berekend op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven bij de school voor praktijkonderwijs. Er vindt geen herziening plaats als bedoeld in het vierde lid. De aanvullende bekostiging voor 2025 wordt uiterlijk in november 2025 in één termijn betaald.
2. De beschikking en betaling van de aanvullende bekostiging bedoeld in artikel 3avindt jaarlijks in één termijn plaats in november.
3. De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6a, uiterlijk in de maand maart van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De betaling van de aanvullende bekostiging vindt jaarlijks in een termijn plaats in maart.
4. De aanvullende bekostiging wordt, uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft, herzien en wordt berekend op basis van:
a. het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven bij de school; en
b. de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.
5. In afwijking van het derde en vierde lid stelt de minister de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6a, voor 2025 uiterlijk in de maand november 2025 vast, berekend op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven bij de school voor praktijkonderwijs. Er vindt geen herziening plaats als bedoeld in het vierde lid. De aanvullende bekostiging voor 2025 wordt uiterlijk in november 2025 in één termijn betaald.