BWBR0045607
Geldig vanaf 2025-07-02
Artikel 4
Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden
1. De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die het vbo-profiel maritiem en techniek, bedoeld in artikel 2.26, tweede lid, onderdeel e, van de wet, aanbiedt als het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen, al dan niet in combinatie met een maritieme leeromgeving, een onlosmakelijk onderdeel vormt van het maritiem vbo op de school.
2. De aanvullende bekostiging bestaat in 2025 uit:
a. een bedrag per school ter hoogte van € 2.797.684,04 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen;
b. een bedrag per leerling ter hoogte van € 1.799,22 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen; en
c. een bedrag per school ter hoogte van € 2.534.357,32 voor de kosten van de maritieme leeromgeving.
3. De aanvullende bekostiging bestaat in 2026 uit:
a. een bedrag per school ter hoogte van € 2.794.079,47 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen;
b. een bedrag per leerling ter hoogte van € 1.796,90 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen; en
c. een bedrag per school ter hoogte van € 2.531.092,02 voor de kosten van de maritieme leeromgeving.
4. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven op het vbo-profiel maritiem en techniek.
2. De aanvullende bekostiging bestaat in 2025 uit:
a. een bedrag per school ter hoogte van € 2.797.684,04 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen;
b. een bedrag per leerling ter hoogte van € 1.799,22 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen; en
c. een bedrag per school ter hoogte van € 2.534.357,32 voor de kosten van de maritieme leeromgeving.
3. De aanvullende bekostiging bestaat in 2026 uit:
a. een bedrag per school ter hoogte van € 2.794.079,47 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen;
b. een bedrag per leerling ter hoogte van € 1.796,90 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen; en
c. een bedrag per school ter hoogte van € 2.531.092,02 voor de kosten van de maritieme leeromgeving.
4. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven op het vbo-profiel maritiem en techniek.