BWBR0045605
Geldig vanaf 06-06-2026
Artikel 4
Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo
1. De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden per 1 januari 2027 vastgesteld op:
a. € 286.094,38 voor de hoofdvestiging;
b. € 143.047,20 voor een nevenvestiging.
2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2027 vastgesteld op:
a. € 9.930,98 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
b. € 11.672,71 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.
a. € 286.094,38 voor de hoofdvestiging;
b. € 143.047,20 voor een nevenvestiging.
2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2027 vastgesteld op:
a. € 9.930,98 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
b. € 11.672,71 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045605
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl