BWBR0045605
Geldig vanaf 2021-11-15
Artikel 4
Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo
1. De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden per 1 januari 2026 vastgesteld op:
a. € 275.240,43 voor de hoofdvestiging;
b. € 137.620,22 voor een nevenvestiging.
2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2026 vastgesteld op:
a. € 9.495,24 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
b. € 11.170,89 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.
a. € 275.240,43 voor de hoofdvestiging;
b. € 137.620,22 voor een nevenvestiging.
2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2026 vastgesteld op:
a. € 9.495,24 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
b. € 11.170,89 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.