BWBR0045605
Geldig vanaf 06-06-2026
Artikel 3
Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo
1. De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.5, eerste en tweede lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op € 6.407,61 per leerling.
2. De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.13, eerste, derde en vierde lid, van de wet, alsmede het op de bekostiging van het samenwerkingsverband in mindering te brengen bedrag, bedoeld in artikel 5.13, zesde en zevende lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op € 6.407,61 per leerling.
3. De aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in artikel 5.13, eerste en vijfde lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op € 135,04 per leerling.
2. De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.13, eerste, derde en vierde lid, van de wet, alsmede het op de bekostiging van het samenwerkingsverband in mindering te brengen bedrag, bedoeld in artikel 5.13, zesde en zevende lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op € 6.407,61 per leerling.
3. De aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in artikel 5.13, eerste en vijfde lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op € 135,04 per leerling.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045605
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl