BWBR0045479
Geldig vanaf 2021-07-01
Artikel 18
Gemeenschappelijke regeling Tresoar
1. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur.
2. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste acht weken voor de in artikel 18a, eerste lid, bedoelde vaststelling, de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur, een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van Tresoar en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
3. Bij het opstellen van het ontwerp voor de begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het dagelijks bestuur de door of ten behoeve van de minister, de provincie en de stichting vastgestelde beleidskaders en overige instructies in acht, evenals de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, derde liden daarnaast het vierjarig beleidsplan, bedoeld in artikel 17.
4. In de toelichting op de ontwerpbegroting worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten Tresoar met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.
5. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van gedeputeerde staten en de minister voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. De terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt bij openbare kennisgeving.
6. De minister en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
2. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste acht weken voor de in artikel 18a, eerste lid, bedoelde vaststelling, de minister, provinciale staten en het stichtingsbestuur, een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van Tresoar en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
3. Bij het opstellen van het ontwerp voor de begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het dagelijks bestuur de door of ten behoeve van de minister, de provincie en de stichting vastgestelde beleidskaders en overige instructies in acht, evenals de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, derde liden daarnaast het vierjarig beleidsplan, bedoeld in artikel 17.
4. In de toelichting op de ontwerpbegroting worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten Tresoar met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.
5. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van gedeputeerde staten en de minister voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. De terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt bij openbare kennisgeving.
6. De minister en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.