BWBR0045479
Geldig vanaf 2021-07-01
Artikel 16
Gemeenschappelijke regeling Tresoar
1. De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de minister en de provincie, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van de begroting.
2. De minister en gedeputeerde staten dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen.
3. De bijdrage van de minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De provincie volgt in deze de minister in de aanpassing van zijn bijdrage.
4. Het algemeen bestuur van Tresoar kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het vast te stellen percentage als bedoeld in het derde lid.
5. Indien de minister of de provincie een bijzondere taak opdraagt als bedoeld in het vierde lid van artikel 2bwaarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de minister of de provincie in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.
6. Indien het toetreden tot deze regeling van andere bestuursorganen of het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met derden, er toe leidt dat een deel van de lasten voortvloeiende uit de investeringen als bedoeld in de investerings- en exploitatiebegroting, door deze bestuursorganen en/ of derden worden gedragen, kunnen de financiële voordelen die daardoor ontstaan op door de minister en de provincie verschuldigde jaarlijkse bijdrage naar rato in mindering worden gebracht.
2. De minister en gedeputeerde staten dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen.
3. De bijdrage van de minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De provincie volgt in deze de minister in de aanpassing van zijn bijdrage.
4. Het algemeen bestuur van Tresoar kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het vast te stellen percentage als bedoeld in het derde lid.
5. Indien de minister of de provincie een bijzondere taak opdraagt als bedoeld in het vierde lid van artikel 2bwaarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de minister of de provincie in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.
6. Indien het toetreden tot deze regeling van andere bestuursorganen of het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met derden, er toe leidt dat een deel van de lasten voortvloeiende uit de investeringen als bedoeld in de investerings- en exploitatiebegroting, door deze bestuursorganen en/ of derden worden gedragen, kunnen de financiële voordelen die daardoor ontstaan op door de minister en de provincie verschuldigde jaarlijkse bijdrage naar rato in mindering worden gebracht.