BWBR0045346
Geldig vanaf 2021-07-07
Artikel 2
Regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19
1. De minister verstrekt op aanvraag eenmalig een subsidie aan een getroffen onderneming om bij te dragen aan de financiering van de ongedekte vaste kosten in de subsidieperiodes 1, 2, 3 en 4 respectievelijk 2022-1.
2. De subsidie wordt enkel verstrekt aan een onderneming:
a. over subsidieperiode 1 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 1 ten minste 30% bedraagt;
b. over subsidieperiode 2 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 2 ten minste 30% bedraagt;
c. over subsidieperiode 3 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 3 ten minste 30% bedraagt;
d. over subsidieperiode 4 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 4 ten minste 30% bedraagt;
e. over subsidieperiode 2022-1 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 2022-1 ten minste 30% bedraagt;
f. die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven als land- en tuinbouwonderneming of ten genoegen van de minister aantoont dat de onderneming op 15 maart 2020 feitelijk een hoofdactiviteit uitvoerde behorend bij een land- en tuinbouwonderneming.
3. Indien een onderneming na 29 februari 2020 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister is het tweede lid, aanhef en onderdeel a, niet van toepassing.
4. Geen subsidie wordt verstrekt aan:
a. een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 25g, eerste lid, van de Mededingingswet.
2. De subsidie wordt enkel verstrekt aan een onderneming:
a. over subsidieperiode 1 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 1 ten minste 30% bedraagt;
b. over subsidieperiode 2 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 2 ten minste 30% bedraagt;
c. over subsidieperiode 3 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 3 ten minste 30% bedraagt;
d. over subsidieperiode 4 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 4 ten minste 30% bedraagt;
e. over subsidieperiode 2022-1 waarvan het omzetverlies in subsidieperiode 2022-1 ten minste 30% bedraagt;
f. die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven als land- en tuinbouwonderneming of ten genoegen van de minister aantoont dat de onderneming op 15 maart 2020 feitelijk een hoofdactiviteit uitvoerde behorend bij een land- en tuinbouwonderneming.
3. Indien een onderneming na 29 februari 2020 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister is het tweede lid, aanhef en onderdeel a, niet van toepassing.
4. Geen subsidie wordt verstrekt aan:
a. een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 25g, eerste lid, van de Mededingingswet.