BWBR0045242
Geldig vanaf 2021-08-01
Artikel 4
Beleidsregel IGVO 2021
1. Bij beoordeling van de aanvraag overweegt de Minister of:
a. de school ten minste de schoolsoorten voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 2.4 van de wet, en hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 2.5 van de wet, omvat;
b. dit past binnen het uitgangspunt van een evenwichtige landelijke spreiding van het internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs; en
c. op basis van de prognose, bedoeld in artikel 3, tweede lid, en, voor zover van toepassing, het advies van de desbetreffende gemeente, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs gezamenlijk binnen zes schooljaren zullen worden bezocht door ten minste 120 leerlingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid.
2. De Minister besluit voor 1 februari daaropvolgend op de aanvraag als bedoeld in artikel 3.
3. Indien cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, meldt het bevoegd gezag uiterlijk op 1 mei welke cursus of cursussen op 1 augustus daaropvolgend van start gaat respectievelijk gaan. Binnen twee maanden na die melding verstrekt de Minister een bekostigingsbeschikking aan het bevoegd gezag van de school.
4. Indien cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht en niet binnen drie jaar na de datum waarop de bekostiging een aanvang had kunnen nemen met één van deze cursussen is gestart, vervalt de aanspraak op bekostiging.
a. de school ten minste de schoolsoorten voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 2.4 van de wet, en hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 2.5 van de wet, omvat;
b. dit past binnen het uitgangspunt van een evenwichtige landelijke spreiding van het internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs; en
c. op basis van de prognose, bedoeld in artikel 3, tweede lid, en, voor zover van toepassing, het advies van de desbetreffende gemeente, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs gezamenlijk binnen zes schooljaren zullen worden bezocht door ten minste 120 leerlingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid.
2. De Minister besluit voor 1 februari daaropvolgend op de aanvraag als bedoeld in artikel 3.
3. Indien cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, meldt het bevoegd gezag uiterlijk op 1 mei welke cursus of cursussen op 1 augustus daaropvolgend van start gaat respectievelijk gaan. Binnen twee maanden na die melding verstrekt de Minister een bekostigingsbeschikking aan het bevoegd gezag van de school.
4. Indien cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht en niet binnen drie jaar na de datum waarop de bekostiging een aanvang had kunnen nemen met één van deze cursussen is gestart, vervalt de aanspraak op bekostiging.