BWBR0045242
Geldig vanaf 2021-08-01
Artikel 13
Beleidsregel IGVO 2021
1. De onderbouw internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs heeft een duur van vier of vijf leerjaren. De school biedt voor alle leerlingen een onderwijsprogramma aan dat per schooljaar gemiddeld ten minste 950 klokuren omvat.
2. De onderbouw internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs biedt de mogelijkheid voor leerlingen om:
a. proeven af te leggen voor het IB MYP Certificate of deelcertificaten daarvan dan wel examen af te leggen voor het IGSCE of voor deelcertificaten daarvan;
b. om het onderwijs te vervolgen in de bovenbouw internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs; en
c. tussentijds, na ieder cursusjaar, het onderwijs te vervolgen in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs in de eigen school of een andere school.
3. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat leerlingen in de onderbouw internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in voldoende mate onderwijs kunnen volgen in de Nederlandse taal en kennis kunnen nemen van de Nederlandse cultuur. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat ten minste 10 procent van het aantal uren, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven in het Nederlands of wordt besteed aan de Nederlandse taal.
2. De onderbouw internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs biedt de mogelijkheid voor leerlingen om:
a. proeven af te leggen voor het IB MYP Certificate of deelcertificaten daarvan dan wel examen af te leggen voor het IGSCE of voor deelcertificaten daarvan;
b. om het onderwijs te vervolgen in de bovenbouw internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs; en
c. tussentijds, na ieder cursusjaar, het onderwijs te vervolgen in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs in de eigen school of een andere school.
3. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat leerlingen in de onderbouw internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in voldoende mate onderwijs kunnen volgen in de Nederlandse taal en kennis kunnen nemen van de Nederlandse cultuur. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat ten minste 10 procent van het aantal uren, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven in het Nederlands of wordt besteed aan de Nederlandse taal.