BWBR0045242
Geldig vanaf 2021-08-01
Artikel 3
Beleidsregel IGVO 2021
1. Het bevoegd gezag van een school dat in aanmerking wil komen voor bekostiging van de cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs, dient daartoe een aanvraag in bij de Minister voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de bekostiging wordt gevraagd.
2. De aanvraag vermeldt de vestiging van de school waaraan het bevoegd gezag de cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs wil gaan aanbieden en gaat vergezeld van een prognose waaruit blijkt dat de cursussen IB MYP en IB DP of IB MYP en IB CP zodra deze in alle leerjaren worden aangeboden, door ten minste 120 leerlingen zullen worden gevolgd, die voldoen aan de toelatingseisen als bedoeld in artikel 9, eerste lid.
3. De prognose heeft betrekking op het verwachte aantal leerlingen:
a. in het zesde en tiende schooljaar na de datum van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid;
b. die wonen in het voedingsgebied van de vestiging van de school waar de cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs zullen worden aangeboden;
c. die de cursussen zullen volgen waarvoor de aanvraag wordt gedaan.
4. De prognose heeft geen betrekking op leerlingen die in het voedingsgebied van een andere school wonen waar zij internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs kunnen volgen en waar voldoende plaatsruimte beschikbaar is, of op leerlingen die buiten het Nederlandse grondgebied wonen.
5. Het afschrift van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, en de prognose, bedoeld in het derde lid, worden door het bevoegd gezag overgelegd aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs zullen worden aangeboden. Het college kan op basis van deze documenten binnen vier weken een advies aan de Minister uitbrengen over de behoefte aan uitbreiding van het aanbod aan cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in de regio.
6. Indien het bevoegd gezag van een school die voor bekostiging van cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in aanmerking is gebracht, het aanbod van cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs aan die school wil uitbreiden, volstaat een schriftelijke mededeling aan de Minister. Het bevoegd gezag:
a. doet deze mededeling uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het schooljaar waarin met de nieuwe cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs wordt gestart;
b. vermeldt hierin met welke cursus het aanbod wordt uitgebreid, de datum waarop met de desbetreffende cursus zal worden gestart alsmede de vestiging waar deze cursus zal worden aangeboden; en
c. dient bij een uitbreiding naar een andere vestiging, de melding te vergezellen van een positief advies van alle bevoegde gezagen van scholen die al in aanmerking zijn gebracht voor de bekostiging van cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs uit het voedingsgebied en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten binnen het voedingsgebied.
7. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, en de mededeling, bedoeld in het zesde lid, worden gestuurd aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, directie Voortgezet Onderwijs, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.
8. Indien het bevoegd gezag van een school die reeds voor bekostiging van cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in aanmerking is gebracht, wil splitsen als bedoeld in artikel 4.2., derde lid, van de wet, dan kan deze bekostiging meegenomen worden in de splitsing van de school. Hiertoe maakt het bevoegd gezag aannemelijk dat op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag de afdelingen voor internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs die na splitsing ontstaan, zullen worden bezocht door ten minste 120 leerlingen.
2. De aanvraag vermeldt de vestiging van de school waaraan het bevoegd gezag de cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs wil gaan aanbieden en gaat vergezeld van een prognose waaruit blijkt dat de cursussen IB MYP en IB DP of IB MYP en IB CP zodra deze in alle leerjaren worden aangeboden, door ten minste 120 leerlingen zullen worden gevolgd, die voldoen aan de toelatingseisen als bedoeld in artikel 9, eerste lid.
3. De prognose heeft betrekking op het verwachte aantal leerlingen:
a. in het zesde en tiende schooljaar na de datum van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid;
b. die wonen in het voedingsgebied van de vestiging van de school waar de cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs zullen worden aangeboden;
c. die de cursussen zullen volgen waarvoor de aanvraag wordt gedaan.
4. De prognose heeft geen betrekking op leerlingen die in het voedingsgebied van een andere school wonen waar zij internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs kunnen volgen en waar voldoende plaatsruimte beschikbaar is, of op leerlingen die buiten het Nederlandse grondgebied wonen.
5. Het afschrift van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, en de prognose, bedoeld in het derde lid, worden door het bevoegd gezag overgelegd aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs zullen worden aangeboden. Het college kan op basis van deze documenten binnen vier weken een advies aan de Minister uitbrengen over de behoefte aan uitbreiding van het aanbod aan cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in de regio.
6. Indien het bevoegd gezag van een school die voor bekostiging van cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in aanmerking is gebracht, het aanbod van cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs aan die school wil uitbreiden, volstaat een schriftelijke mededeling aan de Minister. Het bevoegd gezag:
a. doet deze mededeling uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het schooljaar waarin met de nieuwe cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs wordt gestart;
b. vermeldt hierin met welke cursus het aanbod wordt uitgebreid, de datum waarop met de desbetreffende cursus zal worden gestart alsmede de vestiging waar deze cursus zal worden aangeboden; en
c. dient bij een uitbreiding naar een andere vestiging, de melding te vergezellen van een positief advies van alle bevoegde gezagen van scholen die al in aanmerking zijn gebracht voor de bekostiging van cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs uit het voedingsgebied en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten binnen het voedingsgebied.
7. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, en de mededeling, bedoeld in het zesde lid, worden gestuurd aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, directie Voortgezet Onderwijs, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.
8. Indien het bevoegd gezag van een school die reeds voor bekostiging van cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in aanmerking is gebracht, wil splitsen als bedoeld in artikel 4.2., derde lid, van de wet, dan kan deze bekostiging meegenomen worden in de splitsing van de school. Hiertoe maakt het bevoegd gezag aannemelijk dat op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag de afdelingen voor internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs die na splitsing ontstaan, zullen worden bezocht door ten minste 120 leerlingen.