BWBR0045233
Geldig vanaf 2021-06-16
Artikel 3
Mandaatbesluit AIVD 2021
1. De plaatsvervangend directeur-generaal heeft mandaat om de besluiten te nemen waarvoor de directeur-generaal bevoegd is.
2. Het mandaat voor aangelegenheden die tot het werkterrein van de beveiligingsambtenaar (BVA) vallen, is voorbehouden aan de directeur-generaal en wordt, in afwijking van het eerste lid, slechts door de plaatsvervangend directeur-generaal uitgeoefend bij afwezigheid of tijdelijke verhindering van de directeur-generaal.
3. Na uitoefening van het mandaat, bedoeld in het tweede lid, stelt de plaatsvervangend directeur-generaal de directeur-generaal daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.
2. Het mandaat voor aangelegenheden die tot het werkterrein van de beveiligingsambtenaar (BVA) vallen, is voorbehouden aan de directeur-generaal en wordt, in afwijking van het eerste lid, slechts door de plaatsvervangend directeur-generaal uitgeoefend bij afwezigheid of tijdelijke verhindering van de directeur-generaal.
3. Na uitoefening van het mandaat, bedoeld in het tweede lid, stelt de plaatsvervangend directeur-generaal de directeur-generaal daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.