BWBR0045233
Geldig vanaf 2021-06-16
Artikel 10
Mandaatbesluit AIVD 2021
1. Indien overwegingen van principiële aard een rol spelen, indien zich uitzonderlijke politiek-bestuurlijke afbreukrisico’s voordoen of indien overige bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, oefent de in dit besluit gemandateerde functionaris zijn of haar mandaat niet uit. In die gevallen beslist de hiërarchisch hogere leidinggevende dan wel de directeur-generaal.
2. De uitoefening van het mandaat door de in dit besluit gemandateerde functionarissen geschiedt met inachtneming van algemene en bijzondere aanwijzingen van hiërarchisch hoger geplaatsten.
3. De directeur-generaal is bevoegd tot het intrekken, beperken of anderszins wijzigen van het ondermandaat.
2. De uitoefening van het mandaat door de in dit besluit gemandateerde functionarissen geschiedt met inachtneming van algemene en bijzondere aanwijzingen van hiërarchisch hoger geplaatsten.
3. De directeur-generaal is bevoegd tot het intrekken, beperken of anderszins wijzigen van het ondermandaat.