BWBR0045015
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 36
Eerste Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als gesloten justitiële inrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd wordt, dan wel is verbonden aan een instelling voor gesloten jeugdzorg
b. capaciteit: de capaciteit uitgedrukt in leerlingen
2. Het bevoegd gezag ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel. De bijzondere bekostiging bedraagt per vestiging € 39.151,49 en € 4.536,46 per leerling van de vestiging. Het aantal leerlingen van de vestiging is gelijk aan de door de Minister van Justitie en Veiligheid toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft.
3. Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding, indien er op 1 januari 2021 door de Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, en door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, meer capaciteit aan de school voor (voortgezet) speciaal onderwijs is toegekend dan het aantal leerlingen van de vestigingen bedoeld in het eerste lid op grond waarvan de personele bekostiging voor het schooljaar is bepaald.
4. De bijzondere bekostiging respectievelijk aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen de capaciteit en het aantal leerlingen waarvoor personele bekostiging is toegekend, vermenigvuldigd met € 17.809,80 voor personeel en € 1.933,11 voor materiële instandhouding.
5. Indien er op 1 januari 2022 van het lopende schooljaar door de Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, en of door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, meer of minder capaciteit aan de school voor (voortgezet) speciaal onderwijs is toegekend dan de capaciteit op grond waarvan de bekostiging, bedoeld in het tweede en derde lid is bepaald, wordt bijzondere en aanvullende bekostiging bedoeld in het tweede en derde lid herzien voor de resterende maanden van het schooljaar, op basis van de toegekende capaciteit op 1 januari 2022.
a. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als gesloten justitiële inrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd wordt, dan wel is verbonden aan een instelling voor gesloten jeugdzorg
b. capaciteit: de capaciteit uitgedrukt in leerlingen
2. Het bevoegd gezag ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel. De bijzondere bekostiging bedraagt per vestiging € 39.151,49 en € 4.536,46 per leerling van de vestiging. Het aantal leerlingen van de vestiging is gelijk aan de door de Minister van Justitie en Veiligheid toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft.
3. Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding, indien er op 1 januari 2021 door de Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, en door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, meer capaciteit aan de school voor (voortgezet) speciaal onderwijs is toegekend dan het aantal leerlingen van de vestigingen bedoeld in het eerste lid op grond waarvan de personele bekostiging voor het schooljaar is bepaald.
4. De bijzondere bekostiging respectievelijk aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen de capaciteit en het aantal leerlingen waarvoor personele bekostiging is toegekend, vermenigvuldigd met € 17.809,80 voor personeel en € 1.933,11 voor materiële instandhouding.
5. Indien er op 1 januari 2022 van het lopende schooljaar door de Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, en of door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, meer of minder capaciteit aan de school voor (voortgezet) speciaal onderwijs is toegekend dan de capaciteit op grond waarvan de bekostiging, bedoeld in het tweede en derde lid is bepaald, wordt bijzondere en aanvullende bekostiging bedoeld in het tweede en derde lid herzien voor de resterende maanden van het schooljaar, op basis van de toegekende capaciteit op 1 januari 2022.