BWBR0045015
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 33
Eerste Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoeker: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000,
– die ingeschreven staat op een basisschool, en;
– die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en;
– 1°. deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet; of
2°. van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, en;
1°. deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet; of
2°. van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, en;
– die aantoonbaar langer dan één jaar maar korter dan twee jaar woonachtig is in Nederland.
2. Het bevoegd gezag van een basisschool waar onderwijs wordt verzorgd voor asielzoekers ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.
3. De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. de eerste schooldag, voor de periode augustus tot en met oktober;
b. 1 november, voor de periode november tot en met januari;
c. 1 februari, voor de periode februari tot en met april;
d. 1 mei, voor de periode mei tot en met juli.
4. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2021 en indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
5. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de basisschool; en
b. het aantal ingeschreven asielzoekers volgens dit artikel op de peildatum.
6. Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen asielzoekers bewijsstukken worden opgenomen waarmee kan worden aangetoond dat de school in aanmerking komt voor de toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging op basis van dit artikel.
7. Van alle asielzoekers die meetellen voor de in de aanvraag opgegeven aantallen leerlingen dienen de gegevens uit de BRP, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de BRP ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de basisschool aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeleverde gegevens, verklaart het bevoegd gezag door de indiening van de aanvraag tevens dat één of meerdere bewijsstukken, waarmee de opgegeven datum van binnenkomst in Nederland kan worden aangetoond, in de administratie van de basisschool aanwezig zijn.
8. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
9. De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per asielzoeker € 1.604,00 vermenigvuldigd met 3/12.
– die ingeschreven staat op een basisschool, en;
– die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en;
– 1°. deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet; of
2°. van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, en;
1°. deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet; of
2°. van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, en;
– die aantoonbaar langer dan één jaar maar korter dan twee jaar woonachtig is in Nederland.
2. Het bevoegd gezag van een basisschool waar onderwijs wordt verzorgd voor asielzoekers ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.
3. De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. de eerste schooldag, voor de periode augustus tot en met oktober;
b. 1 november, voor de periode november tot en met januari;
c. 1 februari, voor de periode februari tot en met april;
d. 1 mei, voor de periode mei tot en met juli.
4. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2021 en indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
5. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de basisschool; en
b. het aantal ingeschreven asielzoekers volgens dit artikel op de peildatum.
6. Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen asielzoekers bewijsstukken worden opgenomen waarmee kan worden aangetoond dat de school in aanmerking komt voor de toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging op basis van dit artikel.
7. Van alle asielzoekers die meetellen voor de in de aanvraag opgegeven aantallen leerlingen dienen de gegevens uit de BRP, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de BRP ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de basisschool aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeleverde gegevens, verklaart het bevoegd gezag door de indiening van de aanvraag tevens dat één of meerdere bewijsstukken, waarmee de opgegeven datum van binnenkomst in Nederland kan worden aangetoond, in de administratie van de basisschool aanwezig zijn.
8. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
9. De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per asielzoeker € 1.604,00 vermenigvuldigd met 3/12.