BWBR0044999
Geldig vanaf 2023-12-05
Artikel 7
Subsidieregeling ondersteuning wijkverpleging 2021–2023
1. De kosten voor het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, die voor subsidie in aanmerking komen, betreffen:
a. bij de activiteiten onder a, de directe loonkosten van uitsluitend de deelnemende verpleegkundigen en de verpleegkundigen die als begeleider optreden, alsmede de kosten voor de extern ingehuurde deelnemende verpleegkundigen, tot een maximum van 50% van de totale directe loonkosten en kosten voor externe inhuur van activiteit a;
b. bij de activiteiten b tot en met h, de personele kosten, materiële kosten en overige kosten tot een maximum van 75% van de totale kosten van activiteiten b tot en met h;
c. bij de activiteiten e tot en met g, de eenmalige implementatiekosten van hard- en software, tot een maximum van 30% van de totale implementatiekosten van activiteiten e tot en met g;
d. bij activiteit i, de personele kosten, materiële kosten en overige kosten waarbij de maximale vergoeding van de totale kosten afhankelijk is van de voorwaarden in de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. Bij de activiteiten in artikel 3, onder e tot en met g, komen de doorlopende kosten van hard- en software niet voor subsidie in aanmerking.
a. bij de activiteiten onder a, de directe loonkosten van uitsluitend de deelnemende verpleegkundigen en de verpleegkundigen die als begeleider optreden, alsmede de kosten voor de extern ingehuurde deelnemende verpleegkundigen, tot een maximum van 50% van de totale directe loonkosten en kosten voor externe inhuur van activiteit a;
b. bij de activiteiten b tot en met h, de personele kosten, materiële kosten en overige kosten tot een maximum van 75% van de totale kosten van activiteiten b tot en met h;
c. bij de activiteiten e tot en met g, de eenmalige implementatiekosten van hard- en software, tot een maximum van 30% van de totale implementatiekosten van activiteiten e tot en met g;
d. bij activiteit i, de personele kosten, materiële kosten en overige kosten waarbij de maximale vergoeding van de totale kosten afhankelijk is van de voorwaarden in de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. Bij de activiteiten in artikel 3, onder e tot en met g, komen de doorlopende kosten van hard- en software niet voor subsidie in aanmerking.