BWBR0044999
Geldig vanaf 2023-12-05
Artikel 10
Subsidieregeling ondersteuning wijkverpleging 2021–2023
1. Een subsidie wordt aangevraagd door een zorginstelling, dan wel door de penvoerder.
2. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onder b en c, kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd door de penvoerder van een samenwerkingsverband.
3. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onder a en d tot en met i, kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd door een zorginstelling dan wel door de penvoerder van samenwerkende zorginstellingen.
4. Een aanvraag tot verlening van een subsidie in aanvraagtijdvak 1 wordt ontvangen in de periode van 3 mei 2021 tot en met 30 juni 2021.
5. Een aanvraag tot verlening van een subsidie in aanvraagtijdvak 2 wordt ontvangen in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 15 november 2021.
6. Een aanvraag tot verlening van een subsidie in aanvraagtijdvak 3 wordt ontvangen in de periode van 4 juli 2022 tot en met 12 september 2022.
7. Een aanvraag tot verlening voor een subsidie in aanvraagtijdvak 3 die betrekking heeft op de activiteit, bedoeld in artikel 3, onder h, gaat tevens vergezeld van een de-minimisverklaring.
8. Een aanvraag tot verlening voor een subsidie in aanvraagtijdvak 3 die betrekking heeft op de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onder h en i, gaat tevens vergezeld van offertes indien de activiteit door een derde partij wordt uitgevoerd.
9. Voor de aanvraag tot verlening van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
10. In aanvulling op artikel 3.3en 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSbeschrijft de aanvrager welke acties hij onderneemt om de met de subsidie beoogde veranderingen na afloop van de subsidieperiode vast te houden en verschaft de aanvrager de volgende informatie:
[tabel]
11. Indien subsidie wordt aangevraagd door de penvoerder, gaat de aanvraag tevens in op en vergezeld van:
[tabel]
2. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onder b en c, kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd door de penvoerder van een samenwerkingsverband.
3. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onder a en d tot en met i, kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd door een zorginstelling dan wel door de penvoerder van samenwerkende zorginstellingen.
4. Een aanvraag tot verlening van een subsidie in aanvraagtijdvak 1 wordt ontvangen in de periode van 3 mei 2021 tot en met 30 juni 2021.
5. Een aanvraag tot verlening van een subsidie in aanvraagtijdvak 2 wordt ontvangen in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 15 november 2021.
6. Een aanvraag tot verlening van een subsidie in aanvraagtijdvak 3 wordt ontvangen in de periode van 4 juli 2022 tot en met 12 september 2022.
7. Een aanvraag tot verlening voor een subsidie in aanvraagtijdvak 3 die betrekking heeft op de activiteit, bedoeld in artikel 3, onder h, gaat tevens vergezeld van een de-minimisverklaring.
8. Een aanvraag tot verlening voor een subsidie in aanvraagtijdvak 3 die betrekking heeft op de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onder h en i, gaat tevens vergezeld van offertes indien de activiteit door een derde partij wordt uitgevoerd.
9. Voor de aanvraag tot verlening van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
10. In aanvulling op artikel 3.3en 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSbeschrijft de aanvrager welke acties hij onderneemt om de met de subsidie beoogde veranderingen na afloop van de subsidieperiode vast te houden en verschaft de aanvrager de volgende informatie:
[tabel]
11. Indien subsidie wordt aangevraagd door de penvoerder, gaat de aanvraag tevens in op en vergezeld van:
[tabel]