BWBR0044993
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 13
Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem overbruggingsjaar 2021
1. Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 10, besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan:
a. de instandhouding of voortzetting van een reeds tussen de toenmalige Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het desbetreffende bevoegd gezag overeengekomen gevalsgerichte aanpak van ernstige bodemverontreiniging;
b. het nemen van maatregelen die tot doel hebben om te komen tot afbouw van isoleren, beheer- en controlemaatregelen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond 2015–2020, zoals dat luidde op 31 december 2020; of
c. het wegnemen van onvoorziene milieu-hygiënische risico’s bij de reeds overeengekomen gevalsgerichte aanpak van ernstige verontreiniging.
2. Een project als bedoeld in artikel 10start in 2022 en heeft een looptijd van ten hoogste drie jaar te rekenen vanaf de datum van de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.
3. In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mogen in afwijking van het tweede lid de projecten uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.
a. de instandhouding of voortzetting van een reeds tussen de toenmalige Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het desbetreffende bevoegd gezag overeengekomen gevalsgerichte aanpak van ernstige bodemverontreiniging;
b. het nemen van maatregelen die tot doel hebben om te komen tot afbouw van isoleren, beheer- en controlemaatregelen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond 2015–2020, zoals dat luidde op 31 december 2020; of
c. het wegnemen van onvoorziene milieu-hygiënische risico’s bij de reeds overeengekomen gevalsgerichte aanpak van ernstige verontreiniging.
2. Een project als bedoeld in artikel 10start in 2022 en heeft een looptijd van ten hoogste drie jaar te rekenen vanaf de datum van de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.
3. In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mogen in afwijking van het tweede lid de projecten uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.