BWBR0044968
Geldig vanaf 2021-03-26
Artikel 26
Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening
1. Het UWV brengt aan de Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 15, overeenkomstig artikel 49, eerste en derde tot en met vijfde lid, van de Wet SUWIen de krachtens die bepaling geldende regels.
2. In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet SUWI, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in artikel 25, vierde lid, met betrekking tot de taken, bedoeld in artikel 15.
3. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten op grond van artikel 25, vierde lid, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
2. In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet SUWI, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in artikel 25, vierde lid, met betrekking tot de taken, bedoeld in artikel 15.
3. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten op grond van artikel 25, vierde lid, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.