BWBR0044968
Geldig vanaf 2021-03-26
Artikel 2
Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening
1. Partijen en colleges van burgemeester en wethouders ondersteunen in de regionale mobiliteitsteams de volgende groepen bij het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt:
a. werknemers die werkloos dreigen te raken maar niet in aanmerking komen voor dienstverlening op grond van artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet SUWI;
b. personen die in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van artikel 30a van de Wet SUWI en artikel 73 van de Werkloosheidswet;
c. personen die in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, in samenhang met de artikelen 7, derde lid, en 10f, van de Participatiewet.
2. Aan werknemers en personen als bedoeld in het eerste lid kan in 2023 en 2024 aanvullende dienstverlening en scholing via praktijkleren uitsluitend worden aangeboden als uit de advisering, bedoeld in artikel 8, blijkt dat dit noodzakelijk is voor het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt en het verkrijgen van arbeid en de inzet van reguliere dienstverlening onvoldoende wordt geacht.
a. werknemers die werkloos dreigen te raken maar niet in aanmerking komen voor dienstverlening op grond van artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet SUWI;
b. personen die in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van artikel 30a van de Wet SUWI en artikel 73 van de Werkloosheidswet;
c. personen die in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, in samenhang met de artikelen 7, derde lid, en 10f, van de Participatiewet.
2. Aan werknemers en personen als bedoeld in het eerste lid kan in 2023 en 2024 aanvullende dienstverlening en scholing via praktijkleren uitsluitend worden aangeboden als uit de advisering, bedoeld in artikel 8, blijkt dat dit noodzakelijk is voor het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt en het verkrijgen van arbeid en de inzet van reguliere dienstverlening onvoldoende wordt geacht.