BWBR0044923
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 8.1.6
Invoeringsbesluit Omgevingswet
1. Dit artikel is van toepassing op activiteiten waarvoor uitzonderingen zijn opgenomen of voorwaarden zijn gesteld voor de toepassing van een bepaling:
a. op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
b. op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen;
c. in het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden; of
d. in het Besluit lozen buiten inrichtingen.
2. Als op een activiteit voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen bepaling niet van toepassing is, omdat die activiteit valt onder een uitzondering op die bepaling, blijft die uitzondering, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, nog twee kalenderjaren na de inwerkingtreding van die wet op die activiteit van toepassing, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
3. Als op een activiteit voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen bepaling niet van toepassing is, omdat de aan die activiteit gestelde voorwaarde niet van toepassing is, blijft die voorwaarde, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, nog twee kalenderjaren na de inwerkingtreding van die wet van toepassing als een aan die activiteit gestelde voorwaarde.
4. Het tweede en derde lid zijn alleen van toepassing op die activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgevingzijn aangewezen.
a. op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
b. op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen;
c. in het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden; of
d. in het Besluit lozen buiten inrichtingen.
2. Als op een activiteit voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen bepaling niet van toepassing is, omdat die activiteit valt onder een uitzondering op die bepaling, blijft die uitzondering, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, nog twee kalenderjaren na de inwerkingtreding van die wet op die activiteit van toepassing, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
3. Als op een activiteit voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen bepaling niet van toepassing is, omdat de aan die activiteit gestelde voorwaarde niet van toepassing is, blijft die voorwaarde, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, nog twee kalenderjaren na de inwerkingtreding van die wet van toepassing als een aan die activiteit gestelde voorwaarde.
4. Het tweede en derde lid zijn alleen van toepassing op die activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgevingzijn aangewezen.