BWBR0044923
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 8.1.11
Invoeringsbesluit Omgevingswet
Aan de geldigheid van een omgevingsvergunning van rechtswege als bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswetis geen termijn verbonden voor zover het gaat om het door of namens de waterbeheerder verrichten van een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk of met betrekking tot de Noordzee, voor zover het gaat om:
a. het in stand houden van een verharding die geen bouwwerk is, een opgaande houtbeplanting, een werk om oeverafslag tegen te gaan, een steiger, vlonder of aanmeervoorziening en de voorzieningen die daarbij horen of een kabel of leiding in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
b. het in stand houden van bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een kanaal in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
c. het in stand houden van bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
d. het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging met een volume van meer dan 50 m3 per kadastraal perceel in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.29 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
e. het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties tussen 1 oktober en 1 april in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
f. het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
g. het in stand houden van een bodemverharding, een kunstmatig eiland, een installatie of een inrichting als bedoeld in artikel 60 van het VN-Zeerechtverdrag, een kabel of leiding of een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn, bedoeld in artikel 7.17, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
h. het in stand houden van een bouwbord of een niet permanent bouwwerk in de periode van 1 oktober tot 1 april of het in stand houden van een kabel of leiding, een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
i. het in stand houden van een bodemophoging of landaanwinning in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn, bedoeld in artikel 7.28, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
j. het in stand houden van een zandbanket op het strand, het verplaatsen van zand op het strand of het gecombineerd binnen een kalenderjaar verrichten van die activiteiten in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, bedoeld in artikel 7.28, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.
a. het in stand houden van een verharding die geen bouwwerk is, een opgaande houtbeplanting, een werk om oeverafslag tegen te gaan, een steiger, vlonder of aanmeervoorziening en de voorzieningen die daarbij horen of een kabel of leiding in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
b. het in stand houden van bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een kanaal in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
c. het in stand houden van bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
d. het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging met een volume van meer dan 50 m3 per kadastraal perceel in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.29 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
e. het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties tussen 1 oktober en 1 april in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
f. het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
g. het in stand houden van een bodemverharding, een kunstmatig eiland, een installatie of een inrichting als bedoeld in artikel 60 van het VN-Zeerechtverdrag, een kabel of leiding of een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn, bedoeld in artikel 7.17, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
h. het in stand houden van een bouwbord of een niet permanent bouwwerk in de periode van 1 oktober tot 1 april of het in stand houden van een kabel of leiding, een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
i. het in stand houden van een bodemophoging of landaanwinning in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn, bedoeld in artikel 7.28, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
j. het in stand houden van een zandbanket op het strand, het verplaatsen van zand op het strand of het gecombineerd binnen een kalenderjaar verrichten van die activiteiten in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, bedoeld in artikel 7.28, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.