BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.14
Invoeringswet Omgevingswet
Als een activiteit voor de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Omgevingswet</a>zonder ontheffing of vergunning onafgebroken rechtmatig is verricht en bij de inwerkingtreding van die wet voor die activiteit een verbod als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1</a>, <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.3</a>of <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.4 van de Omgevingswet</a>van toepassing wordt, geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van die wet een omgevingsvergunning van rechtswege voor een termijn van twee jaar, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van die wet. Bij algemene maatregel van bestuur kan voor daarbij aangegeven activiteiten worden bepaald dat:
a. een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een andere daarbij aangegeven termijn,
b. aan de geldigheid van een omgevingsvergunning van rechtswege geen termijn is verbonden.
a. een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een andere daarbij aangegeven termijn,
b. aan de geldigheid van een omgevingsvergunning van rechtswege geen termijn is verbonden.